Tislelizumab
PD-1-remmer (monoklonaal antilichaam)
Tislelizumab is een gehumaniseerd monoklonaal antilichaam dat de checkpointreceptor PD-1 (eiwit voor geprogrammeerde celdood-1) blokkeert, waardoor de rem op de T-cellen van de patiënt wordt losgelaten zodat zij tumorcellen kunnen aanvallen. In de EU is het toegelaten voor niet-kleincellig longcarcinoom (inclusief perioperatieve behandeling van resectabele ziekte), kleincellig longcarcinoom in een uitgebreid stadium, adenocarcinoom van de maag of van de gastro-oesofageale overgang met PD-L1-expressie, plaveiselcelcarcinoom van de slokdarm en nasofarynxcarcinoom, meestal samen met chemotherapie. Het wordt als intraveneuze infusie elke 3 of 6 weken gegeven in een ziekenhuis of kliniek. Immuungerelateerde reacties, die de longen, lever, darm, huid, hormoonklieren en andere organen kunnen treffen, zijn het belangrijkste veiligheidsprobleem, en elke patiënt krijgt een patiëntenkaart waarin ze worden beschreven.
Verkrijgbaar onder merknamen
Deze werkzame stof wordt, afhankelijk van regio en fabrikant, onder de volgende merknamen op de markt gebracht:
- Tevimbra ®
Merknamen zijn geregistreerde handelsmerken van hun respectieve eigenaren. Pharmalogistic vertegenwoordigt, vervaardigt of distribueert de hierboven genoemde merkproducten niet.
Informatie aanvragen
Zoekt u een specifiek merk van deze werkzame stof?
Neem contact met ons op om beschikbaarheid en inkoop te bespreken.
Veelgestelde vragen
Tislelizumab: waarvoor wordt het gebruikt?
Tislelizumab is een gehumaniseerd monoklonaal antilichaam dat de checkpointreceptor PD-1 (eiwit voor geprogrammeerde celdood-1) blokkeert, waardoor de rem op de T-cellen van de patiënt wordt losgelaten zodat zij tumorcellen kunnen aanvallen.
Tislelizumab: is een recept vereist?
Ja. Tislelizumab is een receptplichtig geneesmiddel. Een geldig recept van een bevoegde arts is vereist en de receptvoorschriften van het land van bestemming worden vóór elke verzending gecontroleerd.
Tislelizumab: hoe moet het worden bewaard?
Bewaar Tislelizumab bij 2–8 °C; niet in de vriezer bewaren; beschermen tegen licht, in de originele verpakking, beschermd tegen licht en buiten het bereik van kinderen. Na eerste gebruik: Na opening verdunnen en onmiddellijk infuseren; de bereide infusieoplossing is 10 dagen (240 uur) stabiel bij 2–8 °C, inclusief de tijd om kamertemperatuur (25 °C of lager) te bereiken en om de infusie binnen 4 uur te voltooien.
Tislelizumab: is gekoelde verzending (koelketen) nodig?
Ja. Tislelizumab moet bij 2–8 °C; niet in de vriezer bewaren; beschermen tegen licht worden bewaard en wordt daarom verzonden in geïsoleerde verpakking met koelelementen, op maat voor de volledige transittijd, zodat de temperatuurketen van verzending tot levering ononderbroken blijft.
Tislelizumab: onder welke merknamen wordt het verkocht?
Tislelizumab wordt, afhankelijk van land en fabrikant, op de markt gebracht als Tevimbra. Merknamen zijn handelsmerken van hun respectieve eigenaren; Pharmalogistic vertegenwoordigt of distribueert de merkproducten niet.
Tislelizumab: welke sterktes zijn beschikbaar?
Tislelizumab is beschikbaar in de volgende sterktes: 100 mg/10 ml (10 mg/ml) concentraat voor oplossing voor infusie. De geschikte sterkte en het doseringsschema worden bepaald door de behandelend arts.
Tislelizumab: wat is de houdbaarheid?
De houdbaarheid van Tislelizumab is 3 jaar bij bewaring volgens de aanbevelingen. Niet meer gebruiken na de uiterste houdbaarheidsdatum die op de verpakking staat vermeld.
Medische informatie en richtlijnen
Farmacologie, indicaties en veiligheidsprofiel van deze werkzame stof
Farmacologische werking
Tislelizumab is een gehumaniseerd monoklonaal antilichaam van de variant immunoglobuline G4 (IgG4) met gemodificeerd Fc-gedeelte, gericht tegen het eiwit voor geprogrammeerde celdood-1 (PD-1), geproduceerd in recombinante ovariumcellen van de Chinese hamster. PD-1 is een remmende receptor op T-cellen. Sommige tumoren schakelen de liganden ervan, PD-L1 en PD-L2, in om de aanval van T-cellen tegen te houden, en tislelizumab blokkeert dit checkpoint.
Werkingsmechanisme
- Binding aan PD-1: tislelizumab bindt aan het extracellulaire domein van humaan PD-1 en blokkeert competitief zowel PD-L1 als PD-L2.
- Herstelde T-celactiviteit: wanneer PD-L1 of PD-L2 aan PD-1 binden, worden de proliferatie van T-cellen en de productie van cytokinen geremd. Door dit te voorkomen heft tislelizumab de door PD-1 gemedieerde negatieve signalering op en verhoogde het in celgebaseerde assays de functionele activiteit van T-cellen.
- Preklinische activiteit: de tumorgroei was verminderd in xenograftmodellen en in een transgeen muismodel met humaan PD-1.
- Immunogeniciteit: tijdens de behandeling ontstane antilichamen tegen het geneesmiddel werden gevonden bij 21,1% van 3.614 evalueerbare patiënten en neutraliserende antilichamen bij 0,9%. Ze hadden geen klinisch relevant effect op de farmacokinetiek of de werkzaamheid.
Farmacokinetiek
- Populatieanalyse: de gegevens zijn afkomstig van 2.596 patiënten met gevorderde kanker die 0,5–10 mg/kg elke 2 weken, 2,0 of 5,0 mg/kg elke 3 weken, of 200 mg elke 3 weken kregen. Negentig procent van de steady state wordt ongeveer 84 dagen (12 weken) na 200 mg elke 3 weken bereikt, met een ruwweg 2-voudige accumulatie.
- Absorptie: het wordt intraveneus toegediend en is daarom onmiddellijk en volledig biologisch beschikbaar.
- Distributie: het distributievolume bij steady state is 6,42 l, typisch voor antilichamen met beperkte distributie.
- Metabolisme: naar verwachting wordt het via katabole routes afgebroken tot kleine peptiden en aminozuren, niet door cytochroom P450-enzymen.
- Eliminatie: de klaring is 0,153 l/dag (interindividuele variabiliteit 26,3%) en de terminale halfwaardetijd (geometrisch gemiddelde) is ongeveer 23,8 dagen (variatiecoëfficiënt 31%).
- Lineariteit: de farmacokinetiek is lineair en dosisproportioneel van 0,5 tot 10 mg/kg elke 2 of 3 weken, inclusief 200 mg elke 3 weken en 400 mg elke 6 weken.
- Speciale populaties: leeftijd (18–90 jaar), lichaamsgewicht (32–130 kg), geslacht, ras, lichte of matige nierfunctiestoornis (creatinineklaring van ten minste 30 ml/min), lichte of matige leverfunctiestoornis (totaal bilirubine tot 3 maal de bovengrens van normaal bij elke AST) en tumorlast hadden geen klinisch relevant effect op de blootstelling. Er zijn geen specifieke studies naar nierfunctiestoornis uitgevoerd, maar de klaring verschilde niet tussen patiënten met een lichte (60–89 ml/min) of matige (30–59 ml/min) nierfunctiestoornis en patiënten met een normale nierfunctie.
Indicaties
Tislelizumab wordt bij volwassenen als volgt gebruikt.
- Resectabel niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC): in combinatie met platinabevattende chemotherapie als neoadjuvante behandeling, daarna voortgezet als monotherapie als adjuvante behandeling, bij patiënten met een hoog risico op recidief (de selectiecriteria staan in rubriek 5.1 van de SmPC).
- Niet-plaveiselcel-NSCLC in de eerste lijn: in combinatie met pemetrexed en platinabevattende chemotherapie, bij patiënten van wie de tumoren PD-L1 tot expressie brengen op ten minste 50% van de tumorcellen en geen EGFR- of ALK-mutaties hebben, die lokaal gevorderde ziekte hebben en geen kandidaat zijn voor chirurgische resectie of op platina gebaseerde chemoradiatie, of die gemetastaseerde ziekte hebben.
- Plaveiselcel-NSCLC in de eerste lijn: in combinatie met carboplatine en paclitaxel of nab-paclitaxel, bij patiënten met lokaal gevorderde ziekte die geen kandidaat zijn voor chirurgische resectie of op platina gebaseerde chemoradiatie, of met gemetastaseerde ziekte.
- Eerder behandeld NSCLC: als monotherapie bij lokaal gevorderd of gemetastaseerd NSCLC na eerdere op platina gebaseerde therapie. Patiënten met EGFR-gemuteerde of ALK-positieve tumoren moeten ook eerst gerichte therapieën hebben gekregen.
- Kleincellig longcarcinoom (SCLC): eerstelijnsbehandeling van ziekte in een uitgebreid stadium, in combinatie met etoposide en platinachemotherapie.
- Adenocarcinoom van de maag of van de gastro-oesofageale overgang (G/GEJ): eerstelijnsbehandeling van HER2-negatieve, lokaal gevorderde irresectabele of gemetastaseerde ziekte, in combinatie met chemotherapie op basis van platina en fluoropyrimidine, wanneer de tumor PD-L1 tot expressie brengt met een tumorgebiedpositiviteitsscore (TAP-score) van ten minste 5%.
- Plaveiselcelcarcinoom van de slokdarm (OSCC): eerstelijnsbehandeling van irresectabele, lokaal gevorderde of gemetastaseerde ziekte, in combinatie met op platina gebaseerde chemotherapie, wanneer de tumor PD-L1 tot expressie brengt met een TAP-score van ten minste 5%. Als monotherapie wordt het ook gebruikt bij irresectabel, lokaal gevorderd of gemetastaseerd OSCC na eerdere op platina gebaseerde chemotherapie.
- Nasofarynxcarcinoom (NPC): eerstelijnsbehandeling van recidiverende ziekte die niet in aanmerking komt voor curatieve chirurgie of radiotherapie, of van gemetastaseerde ziekte, in combinatie met gemcitabine en cisplatine.
Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor tislelizumab of voor een van de hulpstoffen.
Bijwerkingen
De onderstaande frequenties zijn afkomstig van gepoolde gegevens van 1.952 patiënten die tislelizumab alleen kregen (200 mg elke 3 weken) en 1.950 patiënten die het samen met chemotherapie kregen. De meest voorkomende reacties (20% of meer) bij monotherapie waren anemie (27,7%), verhoogd aspartaataminotransferase (24,7%), vermoeidheid (24,6%) en verhoogd alanineaminotransferase (22,0%). Met chemotherapie waren dat neutropenie (71,6%), anemie (67,2%), trombocytopenie (48,7%), misselijkheid (43,3%), vermoeidheid (40,8%), verminderde eetlust (40,1%), verhoogd alanineaminotransferase (30,6%), verhoogd aspartaataminotransferase (30,3%), huiduitslag (21,4%) en diarree (20,3%).
Zeer vaak (≥1/10): anemie, trombocytopenie, hypothyreoïdie, hoesten, misselijkheid, diarree, huiduitslag, pruritus, vermoeidheid, pyrexie, verminderde eetlust, verhoogd aspartaataminotransferase, alanineaminotransferase en bilirubine in het bloed. Met chemotherapie ook: pneumonie, neutropenie, lymfopenie, hyperglykemie, hyponatriëmie, hypokaliëmie, artralgie en verhoogd creatinine in het bloed.
Vaak (≥1/100 tot <1/10): hyperthyreoïdie, hypertensie, dyspneu, pneumonitis, stomatitis, hepatitis, myalgie, verhoogd alkalische fosfatase in het bloed en infusiegerelateerde reactie; bij monotherapie ook pneumonie, neutropenie, lymfopenie, thyreoïditis, hyperglykemie, hyponatriëmie, hypokaliëmie, artralgie en verhoogd creatinine in het bloed; met chemotherapie ook diabetes mellitus, myocarditis, pancreatitis, colitis en artritis.
Soms (≥1/1.000 tot <1/100): bijnierinsufficiëntie, hypofysitis, uveïtis, vitiligo, nefritis en myositis; bij monotherapie ook diabetes mellitus, myocarditis, pericarditis, pancreatitis, colitis, erythema multiforme en artritis; met chemotherapie ook thyreoïditis, het syndroom van Sjögren en het overlapsyndroom van myocarditis, myositis en myasthenia gravis.
Zelden (≥1/10.000 tot <1/1.000): het syndroom van Guillain-Barré; bij monotherapie ook coeliakie, het syndroom van Stevens-Johnson en niet-infectieuze cystitis; met chemotherapie ook hemofagocytaire lymfohistiocytose, encefalitis, myasthenia gravis, pericarditis en erythema multiforme.
Niet bekend: toxische epidermale necrolyse (meldingen na het in de handel brengen, sommige fataal); bij monotherapie ook hemofagocytaire lymfohistiocytose.
Opmerkelijke ernstige reacties: immuungerelateerde reacties vormen het belangrijkste punt van zorg. Bij monotherapie trad immuungerelateerde pneumonitis op bij 5,1% van de patiënten (vaker bij NSCLC, 8,3%, en na eerdere radiotherapie van de borstkas, 8,4% tegenover 3,6%), hepatitis bij 1,2%, huidreacties bij 12,6%, colitis bij 0,6%, myositis of rabdomyolyse bij 0,8%, myocarditis bij 0,8% en nefritis bij 0,2%. Hypothyreoïdie trad op bij 13,8%, hyperthyreoïdie bij 5,1%, thyreoïditis bij 1,1%, bijnierinsufficiëntie bij 0,5%, hypofysitis bij 0,3% en diabetes mellitus type 1 bij 0,6%. Infusiegerelateerde reacties traden op bij 3,0%, en anafylaxie is na het in de handel brengen gemeld. Reacties die tot de dood leidden traden op bij 1,0% van de patiënten met monotherapie, voornamelijk pneumonie (0,61%), en bij 1,3% van degenen die chemotherapie kregen, voornamelijk pneumonie (0,50%), pneumonitis (0,30%), dyspneu (0,20%) en myocarditis (0,20%). Net als bij andere checkpointremmers kan ook exocriene pancreasinsufficiëntie optreden. Bij patiënten van 65–74 jaar was de veiligheid niet anders dan bij jongere patiënten; gegevens vanaf 75 jaar zijn te beperkt.
Geneesmiddelinteracties
Er zijn geen formele farmacokinetische interactiestudies uitgevoerd. Tislelizumab is een monoklonaal antilichaam dat via katabolisme wordt geklaard en niet wordt gemetaboliseerd door cytochroom P450 of andere geneesmiddelmetaboliserende enzymen, zodat niet wordt verwacht dat remming of inductie van deze enzymen door andere geneesmiddelen het beïnvloedt.
- Systemische corticosteroïden en andere immunosuppressiva vóór aanvang: deze moeten bij aanvang worden vermeden, behalve laaggedoseerde corticosteroïden (10 mg/dag prednison of equivalent), omdat ze de farmacodynamische activiteit en werkzaamheid van tislelizumab kunnen verstoren.
- Corticosteroïden na aanvang: systemische corticosteroïden en andere immunosuppressiva kunnen worden gebruikt om immuungerelateerde bijwerkingen te behandelen.
- Corticosteroïden met chemotherapie: ze kunnen worden gebruikt als premedicatie wanneer tislelizumab met chemotherapie wordt gecombineerd, voor antiemetische profylaxe of om chemotherapiegerelateerde reacties te verlichten.
Toediening en dosering
De behandeling moet worden gestart en gecontroleerd door een arts met ervaring in de behandeling van kanker. Tislelizumab wordt uitsluitend via intraveneuze infusie gegeven; het mag nooit als intraveneuze push of bolus worden gegeven. Wanneer een indicatie afhangt van PD-L1-expressie, wordt de tumor getest met een voor dat doel CE-gemarkeerde in-vitrodiagnostische test; als er geen beschikbaar is, wordt een andere gevalideerde test gebruikt.
Aanbevolen dosis
- Monotherapie: 200 mg eenmaal elke 3 weken, of 400 mg eenmaal elke 6 weken.
- Met chemotherapie: 200 mg eenmaal elke 3 weken, of 400 mg eenmaal elke 6 weken. Op dagen waarop beide worden gegeven, gaat tislelizumab eerst. De chemotherapiedoses en de premedicatie met corticosteroïden volgen de SmPC van de chemotherapie.
- Resectabel NSCLC: neoadjuvant tislelizumab 200 mg elke 3 weken met chemotherapie gedurende 3 of 4 cycli (of tot progressie die chirurgie uitsluit, of onaanvaardbare toxiciteit), daarna adjuvant tislelizumab 400 mg elke 6 weken als monotherapie gedurende maximaal 8 cycli (of tot recidief, metastase of onaanvaardbare toxiciteit).
- Duur: anders tot ziekteprogressie of onaanvaardbare toxiciteit.
- Doseringsinterval: modellering toont geen klinisch significant verschil in werkzaamheid of veiligheid tussen 200 mg elke 3 weken en 400 mg elke 6 weken.
Infusie
- 200 mg: de eerste infusie loopt over 60 minuten; als die goed wordt verdragen, lopen latere infusies over 30 minuten.
- 400 mg: de eerste infusie loopt over 120 minuten (90 minuten als die volgt op behandeling met 200 mg elke 3 weken). Als die goed wordt verdragen, loopt de tweede over 60 minuten, en als ook die goed wordt verdragen, lopen latere infusies over 30 minuten.
- Infuuslijn en filter: de infusie wordt gegeven via een infuuslijn met een steriel, niet-pyrogeen in-line- of toegevoegd filter met lage eiwitbinding van 0,2 of 0,22 micron. Er worden geen andere geneesmiddelen gemengd of via dezelfde lijn gegeven.
- Verdunning: het concentraat wordt vóór gebruik verdund (SmPC-rubriek 6.6) in natriumchloride 9 mg/ml (0,9%) oplossing voor infusie.
Dosisaanpassingen bij bijwerkingen
Dosisverlagingen worden niet aanbevolen, noch alleen noch in combinatie. In plaats daarvan wordt tislelizumab uitgesteld of definitief gestopt op basis van veiligheid en verdraagbaarheid; Tabel 1 in rubriek 4.2 van de SmPC geeft de te nemen maatregel voor elk type en elke graad van reactie. Bij een vermoede immuungerelateerde reactie wordt de oorzaak bevestigd en een infectie uitgesloten, wordt tislelizumab uitgesteld en worden corticosteroïden gestart afhankelijk van de ernst. Andere systemische immunosuppressiva kunnen worden overwogen als corticosteroïden de reactie niet onder controle brengen. Zodra de reactie verbetert tot graad 1 of lager, worden de corticosteroïden over ten minste 1 maand afgebouwd.
Speciale populaties
- Kinderen en adolescenten: de veiligheid en werkzaamheid onder de 18 jaar zijn niet vastgesteld; er zijn geen gegevens beschikbaar.
- Ouderen: geen dosisaanpassing bij patiënten van 65 jaar en ouder.
- Nierfunctiestoornis: geen aanpassing bij lichte of matige stoornis; gegevens bij ernstige stoornis zijn te beperkt voor een doseringsadvies.
- Leverfunctiestoornis: geen aanpassing bij lichte of matige stoornis; gegevens bij ernstige stoornis zijn te beperkt voor een doseringsadvies.
Bijzondere voorzorgsmaatregelen
Patiëntenkaart en immuungerelateerde reacties
Elke patiënt moet de patiëntenkaart krijgen waarin de risico’s van immuungerelateerde bijwerkingen worden beschreven, en de voorschrijver moet deze risico’s met de patiënt bespreken. Immuungerelateerde reacties, waaronder fatale gevallen, kunnen meer dan één orgaanstelsel tegelijk treffen en kunnen zelfs na de laatste dosis optreden. De meeste verbeterden met onderbreking, corticosteroïden en/of ondersteunende zorg. Bij patiënten met een bestaande auto-immuunziekte suggereren observationele gegevens een hoger risico op immuungemedieerde reacties na checkpointremmers; opflakkeringen van de onderliggende ziekte waren frequent, maar meestal licht en beheersbaar.
Long, lever en darm
- Pneumonitis: inclusief fatale gevallen. Patiënten worden gecontroleerd op symptomen, bij vermoede gevallen wordt beeldvorming gemaakt en infectieuze of ziektegerelateerde oorzaken worden uitgesloten.
- Hepatitis: inclusief fatale gevallen. Leverfunctietests worden bij aanvang en periodiek tijdens de behandeling uitgevoerd.
- Colitis: vaak met diarree. Infectieuze en ziektegerelateerde oorzaken worden uitgesloten.
Huidreacties
Er treden immuungerelateerde huiduitslag en dermatitis op. Ernstige huidbijwerkingen, waaronder erythema multiforme, het syndroom van Stevens-Johnson en toxische epidermale necrolyse, sommige fataal, zijn gemeld. Patiënten worden gecontroleerd op een prodroom van koorts, griepachtige symptomen, slijmvlieslaesies of een progressieve huiduitslag. Bij een vermoede ernstige reactie wordt tislelizumab uitgesteld en wordt de patiënt doorverwezen voor gespecialiseerde zorg; als de reactie wordt bevestigd, wordt tislelizumab definitief gestopt.
Endocriene aandoeningen
Schildklieraandoeningen, bijnierinsufficiëntie, hypofysitis en diabetes mellitus type 1 (waaronder diabetische ketoacidose) zijn opgetreden, en langdurige hormoonsuppletie kan nodig zijn.
- Schildklier: de functie wordt bij aanvang en periodiek gecontroleerd. Hypothyreoïdie kan worden behandeld met hormoonsuppletie zonder de behandeling te onderbreken en zonder corticosteroïden; hyperthyreoïdie wordt symptomatisch behandeld.
- Bijnier en hypofyse: patiënten worden gecontroleerd op tekenen van bijnierinsufficiëntie en hypofysitis; de bijnier- of hypofysefunctie en de hormoonspiegels moeten worden overwogen. Corticosteroïden en hormoonsuppletie worden gegeven zoals klinisch geïndiceerd.
- Type 1-diabetes: patiënten worden gecontroleerd op hyperglykemie en er wordt insuline gegeven. Bij ernstige hyperglykemie of ketoacidose (graad 3 of hoger) wordt tislelizumab uitgesteld en kan het worden hervat zodra metabole controle is bereikt.
Nieren en andere immuungerelateerde reacties
- Nefritis met nierfunctiestoornis: het serumcreatinine wordt gecontroleerd en andere oorzaken van nierfunctiestoornis worden uitgesloten.
- Andere reacties: myositis, myocarditis, artritis, polymyalgia rheumatica, pericarditis, niet-infectieuze cystitis, immuuntrombocytopenie, encefalitis, myasthenia gravis, het syndroom van Sjögren en het syndroom van Guillain-Barré zijn gemeld.
- Overlapsyndroom: het overlapsyndroom van myocarditis, myositis en myasthenia gravis (twee of alle drie de aandoeningen samen), sommige fataal, is waargenomen. Vroege herkenning en agressieve behandeling zijn essentieel.
Hemofagocytaire lymfohistiocytose
Dit levensbedreigende syndroom (koorts, huiduitslag, vergrote lymfeklieren, vergrote lever en/of milt en lage bloedwaarden) is gemeld. Patiënten worden gecontroleerd op de tekenen ervan; bij vermoeden wordt tislelizumab onderbroken voor diagnose en behandeling, en als het wordt bevestigd, wordt tislelizumab gestopt.
Infusiegerelateerde reacties
Ernstige (graad 3 of hoger) infusiegerelateerde reacties zijn gemeld, en na het in de handel brengen is anafylaxie waargenomen. Patiënten worden tijdens de infusie gecontroleerd en reacties worden behandeld zoals beschreven in Tabel 1 van de SmPC.
Ontvangers van solide-orgaantransplantaten
Afstoting van solide-orgaantransplantaten is gemeld bij PD-1-remmers, en tislelizumab kan het risico verhogen. Het voordeel van de behandeling moet worden afgewogen tegen het risico op afstoting.
Patiënten die niet in klinische studies zijn onderzocht
De studies sloten patiënten uit met: ECOG-performancestatus 2 of slechter; actieve hersenmetastasen of leptomeningeale metastasen; actieve auto-immuunziekte of een voorgeschiedenis van auto-immuunziekte die kan terugkeren; een behoefte aan systemische corticosteroïden boven 10 mg/dag prednison (of equivalent) of andere immunosuppressiva binnen 14 dagen vóór de behandeling; actieve of onbehandelde hiv; onbehandelde dragers van hepatitis B of hepatitis C; een voorgeschiedenis van interstitiële longziekte; een levend vaccin binnen 14 dagen vóór de behandeling; een infectie die systemische therapie vereiste binnen 14 dagen vóór de behandeling; of een voorgeschiedenis van ernstige overgevoeligheid voor een ander monoklonaal antilichaam. Bij deze groepen wordt tislelizumab met voorzichtigheid gebruikt na afweging van het voordeel en het risico voor het individu.
PD-L1-testen en traceerbaarheid
Er moet een goed gevalideerde PD-L1-methode worden gekozen om fout-negatieve en fout-positieve resultaten te beperken. Omdat tislelizumab een biologisch geneesmiddel is, moeten de naam en het batchnummer van elk toegediend product duidelijk worden vastgelegd.
Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid
- Anticonceptie: vrouwen die zwanger kunnen worden en geen effectieve anticonceptie gebruiken (methoden met een zwangerschapspercentage van minder dan 1%), mogen geen tislelizumab krijgen, tenzij hun klinische toestand behandeling vereist. Zij moeten die gebruiken tijdens de behandeling en gedurende ten minste 4 maanden na de laatste dosis.
- Zwangerschap: er zijn geen gegevens bij zwangere vrouwen en geen reproductiestudies bij dieren. Op grond van het werkingsmechanisme kan tislelizumab foetale schade veroorzaken; in muismodellen verstoorde PD-1/PD-L1-blokkade de tolerantie voor de foetus en nam het foetale verlies toe. Humaan IgG4 passeert de placenta. Het mag tijdens de zwangerschap niet worden gebruikt tenzij de toestand van de vrouw dit vereist, en vrouwen moeten worden geïnformeerd over het mogelijke risico voor de foetus.
- Borstvoeding: het is niet bekend of tislelizumab in de melk wordt uitgescheiden. Vrouwen mogen tijdens de behandeling en gedurende ten minste 4 maanden na de laatste dosis geen borstvoeding geven.
- Vruchtbaarheid: er zijn geen klinische gegevens beschikbaar over de effecten op de vruchtbaarheid.
Natrium en polysorbaat 20
Elke injectieflacon van 10 ml bevat 16 mg natrium (1,6 mg/ml), gelijk aan 0,8% van de door de WHO aanbevolen maximale dagelijkse inname van 2 g voor een volwassene. Het concentraat wordt verdund in natriumchloride 0,9%, waarmee rekening moet worden gehouden bij patiënten met een natriumbeperkt dieet. Het bevat ook 0,2 mg/ml polysorbaat 20 (4 mg in de twee injectieflacons van 10 ml van één infusie van 200 mg), dat allergische reacties kan veroorzaken; met patiënten met bekende allergieën moet rekening worden gehouden.
Effecten op de rijvaardigheid
Tislelizumab heeft een geringe invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen. Bij sommige patiënten is na de infusie vermoeidheid gemeld.
Bewaarcondities
Bewaar de injectieflacons in een koelkast bij 2–8 °C. Niet in de vriezer bewaren. Bewaar de injectieflacon in de buitenverpakking ter bescherming tegen licht. Houd de koudeketen ononderbroken van verzending tot de ziekenhuisapotheek. Zie Houdbaarheid voor bewaring na verdunning. Het geneesmiddel wordt geleverd in glazen injectieflacons van 10 ml, in verpakkingen met 1 injectieflacon of multiverpakkingen van 2.
Houdbaarheid
3 jaar voor de ongeopende injectieflacon. Na opening moet het geneesmiddel onmiddellijk worden verdund en geïnfundeerd. Tevimbra bevat geen conserveermiddel: na bereiding van de infusieoplossing is de chemische en fysische stabiliteit tijdens gebruik aangetoond gedurende 10 dagen (240 uur) bij 2–8 °C. Dit omvat de bewaring van de verdunde oplossing in de koelkast, de tijd om weer op kamertemperatuur (25 °C of lager) te komen en de tijd om de infusie binnen 4 uur te voltooien. Vanuit microbiologisch oogpunt moet het verdunde product onmiddellijk worden gebruikt; als dat niet gebeurt, zijn de bewaartijden en -condities tijdens gebruik de verantwoordelijkheid van de gebruiker.
Afleveringsvoorwaarden in de apotheek
Uitsluitend op recept (Rx). De behandeling moet worden gestart en gecontroleerd door een arts met ervaring in de behandeling van kanker. Tislelizumab wordt als intraveneuze infusie gegeven in een ziekenhuis of kliniek en wordt daarom geleverd aan het ziekenhuis of de kliniek die het toedient, met koudeketenlevering bij 2–8 °C. Elke behandelde patiënt krijgt de patiëntenkaart.
Verwante geneesmiddelen
Andere werkzame stoffen in hetzelfde therapeutisch gebied of dezelfde geneesmiddelenklasse.
Cemiplimab
PD-1-remmer (monoklonaal antilichaam)
Dostarlimab
PD-1-remmer (monoklonaal antilichaam)
Nivolumab
PD-1-remmer (monoklonaal antilichaam)
Retifanlimab
PD-1-remmer (monoklonaal antilichaam)
Serplulimab
PD-1-remmer (monoklonaal antilichaam)
Toripalimab
PD-1-remmer (monoklonaal antilichaam)
Belangrijke kennisgeving
De informatie op deze website is uitsluitend bedoeld voor algemene informatieve en educatieve doeleinden en vormt geen medisch advies, diagnose of behandelingsaanbeveling. Deze informatie is niet bedoeld ter vervanging van overleg met een gekwalificeerde zorgverlener. Vraag bij vragen over een medische aandoening of geneesmiddel altijd advies aan uw arts, apotheker of een andere gekwalificeerde zorgverlener. Negeer nooit professioneel medisch advies en stel het inwinnen ervan niet uit op grond van informatie op deze website. Productbeschikbaarheid, goedgekeurde indicaties en voorschrijfinformatie kunnen per land verschillen. Veel vermelde geneesmiddelen vereisen een geldig recept; waar een recept vereist is, moet dit geldig zijn in het land van bestemming en moeten de producten onder medisch toezicht worden gebruikt. Wij kopen, verzenden of vermelden geen gereguleerde stoffen onder de Oostenrijkse Wet op verdovende middelen (Suchtmittelgesetz, SMG) of gelijkwaardige internationale regelgeving.
Bekijk onze volledige Algemene voorwaarden en Medische disclaimer
Informatiebron
Deze productinformatie is gebaseerd op:
DrugBank — Tislelizumab (DB14922); EMA SmPC — TevimbraLaatst gecontroleerd:
Vragen over dit product?
Twee manieren om ons te bereiken — snel of uitgebreid.
Persoonlijke reactie binnen 48 uur
EU-vergunde activiteiten · wereldwijde inkoop
Geen automatische offertes
Weinig tijd?
Snelle aanvraag
Alleen uw naam en telefoonnummer — klaar in 30 seconden. Wij nemen contact op en regelen de rest.
Meteen een volledig antwoord?
Uitgebreide aanvraag
Geef het medicijn, het land en uw voorkeuren door — u krijgt één antwoord met beschikbaarheid, voorwaarden en leveropties.
Of bereik ons rechtstreeks: +43 660 5464386 · contact@pharmalogistic.eu