Daratumumab

Monoklonaal anti-CD38-antilichaam

Daratumumab is een humaan monoklonaal IgG1κ-antilichaam dat bindt aan CD38, een eiwit dat in grote hoeveelheden op het oppervlak van multipel-myeloomcellen voorkomt. Gebonden aan CD38 doodt het tumorcellen via complementafhankelijke cytotoxiciteit, antilichaamafhankelijke cellulaire cytotoxiciteit en fagocytose, en het vermindert ook het aantal immunosuppressieve CD38-positieve cellen. In de EU is de intraveneuze vorm bij volwassenen toegelaten voor nieuw gediagnosticeerd multipel myeloom in combinatieregimes, ongeacht of zij in aanmerking komen voor een stamceltransplantatie; voor myeloom na ten minste één eerdere behandeling, met lenalidomide of bortezomib en dexamethason; en als monotherapie bij recidiverende en refractaire ziekte. Een subcutane vorm met een eigen SmPC is eveneens toegelaten, ook voor smeulend multipel myeloom en amyloïdose met lichte ketens (AL). De infusies worden in het ziekenhuis gegeven met premedicatie, omdat infusiegerelateerde reacties ongeveer de helft van de patiënten treffen, meestal bij de eerste infusie. Daratumumab bindt ook aan rode bloedcellen en verstoort bloedcompatibiliteitstests.

Verkrijgbaar onder merknamen

Deze werkzame stof wordt, afhankelijk van regio en fabrikant, onder de volgende merknamen op de markt gebracht:

  • Darzalex ®

Merknamen zijn geregistreerde handelsmerken van hun respectieve eigenaren. Pharmalogistic vertegenwoordigt, vervaardigt of distribueert de hierboven genoemde merkproducten niet.

Informatie aanvragen

Zoekt u een specifiek merk van deze werkzame stof?

Neem contact met ons op om beschikbaarheid en inkoop te bespreken.

Veelgestelde vragen

Daratumumab: waarvoor wordt het gebruikt?

Daratumumab is een humaan monoklonaal IgG1κ-antilichaam dat bindt aan CD38, een eiwit dat in grote hoeveelheden op het oppervlak van multipel-myeloomcellen voorkomt.

Daratumumab: is een recept vereist?

Ja. Daratumumab is een receptplichtig geneesmiddel. Een geldig recept van een bevoegde arts is vereist en de receptvoorschriften van het land van bestemming worden vóór elke verzending gecontroleerd.

Daratumumab: hoe moet het worden bewaard?

Bewaar Daratumumab bij 2–8 °C; niet in de vriezer bewaren; beschermen tegen licht, in de originele verpakking, beschermd tegen licht en buiten het bereik van kinderen. Na eerste gebruik: De verdunde oplossing onmiddellijk gebruiken; zo niet, dan hooguit 24 uur in de koelkast (2–8 °C) en beschermd tegen licht, gevolgd door 15 uur (inclusief infusietijd) bij 15–25 °C.

Daratumumab: is gekoelde verzending (koelketen) nodig?

Ja. Daratumumab moet bij 2–8 °C; niet in de vriezer bewaren; beschermen tegen licht worden bewaard en wordt daarom verzonden in geïsoleerde verpakking met koelelementen, op maat voor de volledige transittijd, zodat de temperatuurketen van verzending tot levering ononderbroken blijft.

Daratumumab: onder welke merknamen wordt het verkocht?

Daratumumab wordt, afhankelijk van land en fabrikant, op de markt gebracht als Darzalex. Merknamen zijn handelsmerken van hun respectieve eigenaren; Pharmalogistic vertegenwoordigt of distribueert de merkproducten niet.

Daratumumab: welke sterktes zijn beschikbaar?

Daratumumab is beschikbaar in de volgende sterktes: 100 mg/5 ml concentraat voor oplossing voor infusie, 400 mg/20 ml concentraat voor oplossing voor infusie, 1.800 mg/15 ml oplossing voor injectie (subcutaan). De geschikte sterkte en het doseringsschema worden bepaald door de behandelend arts.

Daratumumab: wat is de houdbaarheid?

De houdbaarheid van Daratumumab is 3 jaar (ongeopende injectieflacon) bij bewaring volgens de aanbevelingen. Niet meer gebruiken na de uiterste houdbaarheidsdatum die op de verpakking staat vermeld.

Medische informatie en richtlijnen

Farmacologie, indicaties en veiligheidsprofiel van deze werkzame stof

Farmacologische werking

CD38 is een transmembraan-glycoproteïne dat betrokken is bij celadhesie, signalering en enzymatische activiteit. Het komt tot expressie in hoge concentraties op multipel-myeloomcellen en in lagere, wisselende concentraties op andere celtypen en weefsels. Daratumumab bindt met hoge affiniteit aan een uniek epitoop op CD38 en richt het immuunsysteem tegen de cellen die dit dragen.

Werkingsmechanisme

  • Afdoding door immuuneffectoren: via zijn Fc-gebied activeert daratumumab complement (complementafhankelijke cytotoxiciteit), natuurlijke killercellen (antilichaamafhankelijke cellulaire cytotoxiciteit) en macrofagen (antilichaamafhankelijke cellulaire fagocytose), zodat CD38-tot-expressie-brengende tumorcellen worden vernietigd.
  • Apoptose: na Fc-gemedieerde crosslinking induceerde het in vitro apoptose van tumorcellen.
  • Immuunmodulatie: het vermindert het aantal CD38-positieve myeloïde suppressorcellen, regulatoire T-cellen en regulatoire B-cellen. Het aantal CD4+- en CD8+-T-cellen steeg tijdens de behandeling in bloed en beenmerg en de klonaliteit van T-cellen nam toe, wat wijst op immuuneffecten die kunnen bijdragen aan de klinische respons.
  • Enzymatische effecten: het remt de cyclase- en stimuleert de hydrolase-activiteit van CD38; de klinische relevantie van deze effecten is niet goed bekend.
  • Rode bloedcellen: CD38 komt ook voor op rode bloedcellen, daarom verstoort daratumumab bloedcompatibiliteitstests.

Farmacokinetiek

  • Absorptie: intraveneus toegediend. Tussen 1 en 24 mg/kg nam de AUC meer dan evenredig met de dosis toe en daalde de klaring, in overeenstemming met een doelwitgemedieerde dispositie die verzadigd raakt naarmate CD38 bezet raakt. Aan het einde van de wekelijkse toediening van 16 mg/kg was de gemiddelde maximale serumconcentratie 915 µg/ml, ongeveer 2,9 keer die na de eerste infusie, en de gemiddelde dalconcentratie 573 µg/ml. De subcutane vorm bereikt een vergelijkbare blootstelling (piek ongeveer 592 µg/ml tegenover 688 µg/ml intraveneus, met vrijwel identieke AUC).
  • Distributie: aanvankelijk voornamelijk in het plasma; verdelingsvolume ongeveer 4,7 l bij monotherapie en 4,4 l bij combinatietherapie.
  • Metabolisme: afgebroken door proteolytische enzymen tot kleine peptiden en aminozuren; renale uitscheiding en metabolisme van het intacte antilichaam door leverenzymen zijn waarschijnlijk geen belangrijke routes.
  • Eliminatie: de klaring daalt bij hogere en herhaalde doses, mogelijk ook naarmate de tumorlast afneemt. De halfwaardetijd na de eerste dosis van 16 mg/kg was ongeveer 9 dagen; zodra de doelwitgemedieerde klaring bij herhaalde toediening verzadigd is, bedraagt de terminale halfwaardetijd ongeveer 18 dagen (ongeveer 20 dagen voor de subcutane vorm).
  • Speciale populaties: populatieanalyses ondersteunen geen dosisaanpassing bij nier- of leverfunctiestoornis of op grond van leeftijd.

Indicaties

Intraveneus Darzalex is geïndiceerd bij volwassenen met multipel myeloom:

  • Nieuw gediagnosticeerd, niet in aanmerking komend voor autologe stamceltransplantatie: in combinatie met lenalidomide en dexamethason, of met bortezomib, melfalan en prednison.
  • Nieuw gediagnosticeerd, in aanmerking komend voor autologe stamceltransplantatie: in combinatie met bortezomib, thalidomide en dexamethason.
  • Na ten minste één eerdere behandeling: in combinatie met lenalidomide en dexamethason, of met bortezomib en dexamethason.
  • Recidiverende en refractaire ziekte (monotherapie): bij patiënten bij wie de eerdere behandeling een proteasoomremmer en een immunomodulerend middel omvatte en bij wie de ziekte tijdens de laatste behandeling progressief werd.

Darzalex is ook verkrijgbaar als subcutane oplossing voor injectie (1.800 mg) met een eigen SmPC, die bij volwassenen geïndiceerd is voor:

  • Nieuw gediagnosticeerd multipel myeloom, niet in aanmerking komend voor autologe stamceltransplantatie: in combinatie met lenalidomide en dexamethason, of met bortezomib, melfalan en prednison.
  • Nieuw gediagnosticeerd multipel myeloom: in combinatie met bortezomib, lenalidomide en dexamethason.
  • Nieuw gediagnosticeerd multipel myeloom, in aanmerking komend voor autologe stamceltransplantatie: in combinatie met bortezomib, thalidomide en dexamethason.
  • Multipel myeloom na ten minste één eerdere behandeling: in combinatie met lenalidomide en dexamethason, of met bortezomib en dexamethason.
  • Multipel myeloom, met pomalidomide en dexamethason: na één eerdere behandeling die een proteasoomremmer en lenalidomide omvatte bij patiënten die refractair zijn voor lenalidomide, of na ten minste twee eerdere behandelingen die lenalidomide en een proteasoomremmer omvatten, met ziekteprogressie tijdens of na de laatste behandeling.
  • Recidiverend en refractair multipel myeloom (monotherapie): bij patiënten bij wie de eerdere behandeling een proteasoomremmer en een immunomodulerend middel omvatte en bij wie de ziekte tijdens de laatste behandeling progressief werd.
  • Smeulend multipel myeloom (monotherapie): bij patiënten met een hoog risico om multipel myeloom te ontwikkelen.
  • Amyloïdose met lichte ketens (AL): in combinatie met cyclofosfamide, bortezomib en dexamethason, voor nieuw gediagnosticeerde systemische AL-amyloïdose.

Contra-indicaties

  • Overgevoeligheid voor daratumumab of voor een van de hulpstoffen.

Bijwerkingen

De gegevens zijn afkomstig van 2.066 patiënten met multipel myeloom die met 16 mg/kg werden behandeld, van wie 1.910 in combinatieregimes en 156 met monotherapie. De meest voorkomende bijwerkingen (bij ten minste 20% van de patiënten) waren infusiegerelateerde reacties, vermoeidheid, misselijkheid, diarree, constipatie, pyrexie, dyspneu, hoesten, neutropenie, trombocytopenie, anemie, perifeer oedeem, asthenie, perifere neuropathie, infectie van de bovenste luchtwegen, pijn van het skeletspierstelsel en COVID-19.

Zeer vaak (≥1/10): infectie van de bovenste luchtwegen, COVID-19, pneumonie, bronchitis, neutropenie, trombocytopenie, anemie, lymfopenie, leukopenie, verminderde eetlust, hypokaliëmie, slapeloosheid, perifere neuropathie, hoofdpijn, paresthesie, duizeligheid, hypertensie, hoesten, dyspneu, constipatie, diarree, misselijkheid, braken, buikpijn, huiduitslag, pijn van het skeletspierstelsel, artralgie, spierspasmen, perifeer oedeem, vermoeidheid, pyrexie, asthenie, infusiegerelateerde reacties.

Vaak (≥1/100 tot <1/10): urineweginfectie, sepsis, cytomegalovirusinfectie, hypogammaglobulinemie, hyperglykemie, hypocalciëmie, dehydratie, syncope, atriumfibrilleren, hypotensie, longoedeem, pancreatitis, pruritus, rillingen, gewichtsafname.

Soms (≥1/1.000 tot <1/100): reactivatie van het hepatitis B-virus.

Zelden (≥1/10.000 tot <1/1.000): anafylactische reactie.

Ernstige neutropenie (graad 3–4) trad op bij 39% van de patiënten, trombocytopenie bij 19%, anemie bij 12%, en pneumonie en lymfopenie bij elk 11%. Infusiegerelateerde reacties troffen 37% van de patiënten bij de eerste infusie, 2% bij de tweede en cumulatief 6% bij latere infusies. Ernstige bijwerkingen waren onder meer sepsis, pneumonie, bronchitis, infectie van de bovenste luchtwegen, longoedeem, pyrexie, dehydratie, diarree, atriumfibrilleren en syncope; fatale infecties waren hoofdzakelijk te wijten aan pneumonie en sepsis. Ernstige reacties kwamen vaker voor bij oudere patiënten.

Geneesmiddelinteracties

  • Geen metabole interacties verwacht: er zijn geen interactiestudies uitgevoerd. Als IgG1κ-antilichaam wordt daratumumab niet geëlimineerd door geneesmiddelmetaboliserende enzymen en het wordt niet verwacht dat het deze verandert.
  • Myeloomgeneesmiddelen: geen klinisch relevante farmacokinetische interactie met lenalidomide, pomalidomide, thalidomide, bortezomib of dexamethason.
  • Bloedcompatibiliteitstests (indirecte Coombs-test): daratumumab bindt aan CD38 op rode bloedcellen en verstoort de antilichaamscreening en kruisproeven. De interferentie kan worden opgeheven door reagens-rode bloedcellen te behandelen met dithiothreïtol (DTT) of met andere gevalideerde methoden. Omdat de Kell-bloedgroep ook gevoelig is voor DTT, moeten Kell-negatieve eenheden worden geleverd nadat alloantilichamen zijn uitgesloten of geïdentificeerd; fenotypering of genotypering zijn alternatieven.
  • Serumeiwitelektroforese en immunofixatie: daratumumab kan door deze tests worden gedetecteerd en vals-positieve resultaten veroorzaken bij patiënten met IgG-kappa-myeloomeiwit, wat de beoordeling van de complete respons volgens de IMWG-criteria beïnvloedt.

Toediening en dosering

De intraveneuze vorm van Darzalex wordt toegediend door een zorgverlener in een omgeving waar reanimatievoorzieningen beschikbaar zijn. Vóór en na de infusies worden geneesmiddelen gegeven om het risico op infusiegerelateerde reacties te verkleinen. De onderstaande doses en schema’s gelden voor de intraveneuze vorm; de subcutane vorm wordt aan het einde van deze rubriek beschreven.

Met lenalidomide en dexamethason, en als monotherapie (cycli van 4 weken)

  • 16 mg/kg lichaamsgewicht als intraveneuze infusie: wekelijks in week 1–8 (8 doses), elke 2 weken in week 9–24 (8 doses), daarna elke 4 weken vanaf week 25 tot ziekteprogressie.
  • Dexamethason wordt gegeven in een dosis van 40 mg per week (20 mg per week voor patiënten ouder dan 75 jaar).

Met bortezomib, melfalan en prednison (cycli van 6 weken)

  • 16 mg/kg lichaamsgewicht: wekelijks in week 1–6 (6 doses), elke 3 weken in week 7–54 (16 doses), daarna elke 4 weken vanaf week 55 tot ziekteprogressie.
  • Bortezomib wordt tweemaal per week gegeven in week 1, 2, 4 en 5 van de eerste cyclus van 6 weken, daarna eenmaal per week in week 1, 2, 4 en 5 gedurende nog acht cycli van 6 weken.

Met bortezomib, thalidomide en dexamethason (in aanmerking komend voor transplantatie, cycli van 4 weken)

  • Inductie: 16 mg/kg wekelijks in week 1–8 (8 doses), daarna elke 2 weken in week 9–16 (4 doses). De behandeling wordt onderbroken voor de hooggedoseerde chemotherapie en de stamceltransplantatie.
  • Consolidatie: na de transplantatie elke 2 weken in week 1–8 (4 doses).
  • Dexamethason 40 mg op dag 1, 2, 8, 9, 15, 16, 22 en 23 van cyclus 1 en 2; 40 mg op dag 1–2 en 20 mg op dag 8, 9, 15 en 16 van cyclus 3 en 4; 20 mg op dag 1, 2, 8, 9, 15 en 16 van cyclus 5 en 6.

Met bortezomib en dexamethason (cycli van 3 weken)

  • 16 mg/kg: wekelijks in week 1–9 (9 doses), elke 3 weken in week 10–24 (5 doses), daarna elke 4 weken vanaf week 25 tot ziekteprogressie.
  • Dexamethason 20 mg op dag 1, 2, 4, 5, 8, 9, 11 en 12 van de eerste 8 bortezomibcycli, of 20 mg per week voor patiënten ouder dan 75 jaar, met ondergewicht (BMI lager dan 18,5), met slecht gereguleerde diabetes of met eerdere intolerantie voor steroïden.

De combinatiegeneesmiddelen worden gedoseerd volgens hun eigen SmPC’s.

Premedicatie en geneesmiddelen na de infusie

  • 1–3 uur vóór elke infusie: een corticosteroïd (monotherapie: methylprednisolon 100 mg intraveneus, te verlagen tot 60 mg na de tweede infusie; combinatietherapie: dexamethason 20 mg, of de eigen dexamethasondosis van het regime), een antipyreticum (oraal paracetamol 650–1.000 mg) en een antihistaminicum (difenhydramine 25–50 mg of equivalent).
  • Na de infusies: bij monotherapie een oraal corticosteroïd (methylprednisolon 20 mg of equivalent) op elk van de twee daaropvolgende dagen; bij combinatietherapie kan de volgende dag laaggedoseerd oraal methylprednisolon (20 mg of minder) worden overwogen, tenzij die dag een corticosteroïd van het regime wordt gegeven.
  • Chronische obstructieve longziekte: kort- en langwerkende bronchusverwijders en geïnhaleerde corticosteroïden na de infusies moeten worden overwogen; ze kunnen na de eerste vier infusies worden gestaakt als er geen ernstige reacties optreden.
  • Herpes zoster: antivirale profylaxe moet worden overwogen.

Infusiesnelheden en reacties

  • De eerste dosis van 16 mg/kg wordt verdund in 1.000 ml en gestart met 50 ml/uur, waarbij elk uur met 50 ml/uur wordt verhoogd tot maximaal 200 ml/uur; de dosis kan over twee dagen worden verdeeld (8 mg/kg in 500 ml per dag). Voor de dosis van week 2 wordt 500 ml gebruikt als er de week ervoor geen reactie was, en latere infusies kunnen met 100 ml/uur worden gestart als de vorige infusie geen reactie veroorzaakte. De snelheid wordt alleen verhoogd als er geen infusiereacties zijn.
  • Bij een reactie van elke graad wordt de infusie onmiddellijk onderbroken. Na reacties van graad 1–2 wordt de infusie hervat met ten hoogste de helft van de snelheid waarbij de reactie optrad; na reacties van graad 3 kan een herstart met ten hoogste de helft van de snelheid worden overwogen. De behandeling wordt definitief gestaakt na een derde reactie van graad 3 of hoger, of na elke reactie van graad 4 of anafylactische reactie.
  • Oogsymptomen: onderbreek de infusie en laat onmiddellijk een oogheelkundige beoordeling uitvoeren alvorens te hervatten.

Dosisaanpassingen en gemiste doses

  • Een dosisverlaging van daratumumab wordt niet aanbevolen; doses kunnen worden uitgesteld om het bloedbeeld te laten herstellen.
  • Een gemiste dosis wordt zo spoedig mogelijk gegeven en het schema wordt aangepast om het behandelinterval te handhaven.

Speciale populaties

  • Nierfunctiestoornis: geen formele studies; geen dosisaanpassing nodig.
  • Leverfunctiestoornis: geen formele studies; geen dosisaanpassing nodig.
  • Ouderen: geen dosisaanpassing nodig.
  • Kinderen en adolescenten: de veiligheid en werkzaamheid bij personen jonger dan 18 jaar zijn niet vastgesteld; er zijn geen gegevens beschikbaar.

Wijze van toediening

Intraveneuze infusie na verdunning met natriumchloride 9 mg/ml (0,9%) oplossing voor injectie.

Subcutane vorm (1.800 mg oplossing voor injectie)

De subcutane vorm heeft een eigen SmPC. De dosis is een vaste 1.800 mg (één injectieflacon van 15 ml) als subcutane injectie gedurende ongeveer 3 tot 5 minuten, ongeacht het lichaamsgewicht. Ze mag nooit intraveneus worden gegeven.

  • Met lenalidomide en dexamethason, met pomalidomide en dexamethason, en als monotherapie (cycli van 4 weken): wekelijks in week 1–8 (8 doses), elke 2 weken in week 9–24 (8 doses), daarna elke 4 weken vanaf week 25 tot ziekteprogressie.
  • Met bortezomib, melfalan en prednison (cycli van 6 weken): wekelijks in week 1–6 (6 doses), elke 3 weken in week 7–54 (16 doses), daarna elke 4 weken vanaf week 55 tot ziekteprogressie.
  • Met bortezomib, thalidomide en dexamethason (in aanmerking komend voor transplantatie, cycli van 4 weken): wekelijks in week 1–8 (8 doses) en elke 2 weken in week 9–16 (4 doses) vóór de transplantatie, daarna elke 2 weken in week 1–8 (4 doses) na de transplantatie.
  • Met bortezomib, lenalidomide en dexamethason: in cycli van 3 weken voor patiënten die niet in aanmerking komen voor transplantatie, wekelijks in week 1–6 (6 doses), elke 3 weken in week 7–24 (6 doses), daarna elke 4 weken vanaf week 25. In cycli van 4 weken voor patiënten die wel in aanmerking komen voor transplantatie, wekelijks in week 1–8, elke 2 weken in week 9–16, elke 2 weken in week 17–24 (de herstart na herstel van de transplantatie), daarna elke 4 weken vanaf week 25 tot ziekteprogressie.
  • Met bortezomib en dexamethason (cycli van 3 weken): wekelijks in week 1–9 (9 doses), elke 3 weken in week 10–24 (5 doses), daarna elke 4 weken vanaf week 25 tot ziekteprogressie.
  • Smeulend multipel myeloom (monotherapie) en AL-amyloïdose (met bortezomib, cyclofosfamide en dexamethason): hetzelfde 4-wekenschema als voor lenalidomide en dexamethason. Bij smeulend myeloom wordt de behandeling voortgezet tot ziekteprogressie of gedurende maximaal 3 jaar; in de studie naar AL-amyloïdose werd het gegeven tot progressie of gedurende maximaal 24 cycli (ongeveer 2 jaar).
  • Wie het toedient: de eerste vier doses worden gegeven door een zorgverlener, de eerste in een omgeving waar reanimatievoorzieningen beschikbaar zijn. Na training in de bereiding en injectietechniek kan een patiënt of mantelzorger de latere doses toedienen als de zorgverlener dat gepast acht, met medische follow-up indien nodig.
  • Injectie: 15 ml in het onderhuidse weefsel van de buik, ongeveer 7,5 cm rechts of links van de navel; er is geen andere plaats onderzocht. De plaatsen worden afgewisseld en de injectie wordt nooit gegeven in rode, gekneusde, gevoelige, harde of littekenhuid. Als de patiënt pijn heeft, wordt de injectie onderbroken of vertraagd en kan de rest van de dosis op een tweede plaats aan de andere kant van de buik worden gegeven. Andere subcutane geneesmiddelen worden niet op dezelfde plaats geïnjecteerd.
  • Premedicatie: net als bij de infusie worden een corticosteroïd, paracetamol en een antihistaminicum 1–3 uur vóór elke injectie gegeven en daarna een oraal corticosteroïd; oraal montelukast 10 mg wordt aanbevolen op dag 1 van cyclus 1 bij smeulend myeloom. Corticosteroïden na de injectie (de corticosteroïden van het onderliggende regime niet meegerekend) kunnen worden gestaakt als er na de eerste drie injecties geen ernstige reacties zijn. In klinische studies was geen aanpassing van snelheid of dosis nodig om injectiegerelateerde reacties te behandelen.
  • Overstappen, gemiste doses en lichaamsgewicht: patiënten die de intraveneuze vorm krijgen, kunnen vanaf de volgende geplande dosis overstappen op de subcutane vorm; daarom wordt het etiket van de injectieflacon gecontroleerd om er zeker van te zijn dat de juiste formulering en dosis worden gegeven. Een gemiste dosis wordt zo spoedig mogelijk gegeven en het schema wordt aangepast. Weinig patiënten zwaarder dan 120 kg zijn met de vaste dosis onderzocht en de werkzaamheid bij hen is niet vastgesteld; aanpassing van de dosis aan het lichaamsgewicht wordt niet aanbevolen.

Bijzondere voorzorgsmaatregelen

Infusiegerelateerde reacties

Infusiegerelateerde reacties, waaronder anafylaxie, kunnen ernstig of levensbedreigend zijn en er zijn fatale afloop gemeld. Ze traden in klinische studies op bij ongeveer de helft van de patiënten, meestal bij de eerste infusie en meestal van graad 1–2; 4% van de patiënten had een reactie bij meer dan één infusie. Typische symptomen zijn verstopte neus, hoesten, keelirritatie, rillingen, braken en misselijkheid. Ernstige reacties omvatten bronchospasme, hypoxie, dyspneu, hypertensie, larynx- en longoedeem en oogreacties (choroïdale effusie, acute myopie, acuut engehoekglaucoom). De patiënten worden tijdens elke infusie gecontroleerd en na een reactie tot de symptomen verdwenen zijn.

Neutropenie, trombocytopenie en infecties

Daratumumab kan de door de achtergrondtherapie veroorzaakte neutropenie en trombocytopenie verergeren, daarom wordt het bloedbeeld gecontroleerd en kunnen transfusies of groeifactoren worden gebruikt. Ernstige, levensbedreigende of fatale infecties kunnen optreden; patiënten worden vóór en tijdens de behandeling op infecties gecontroleerd en antimicrobiële profylaxe moet worden overwogen volgens de richtlijnen. Reactivatie van het hepatitis B-virus, in sommige gevallen fataal, is gemeld: alle patiënten worden vóór de behandeling op hepatitis B gescreend, patiënten met een positieve serologie worden tijdens de behandeling en gedurende ten minste 6 maanden daarna gecontroleerd en daratumumab wordt onderbroken als reactivatie optreedt.

Bloedtransfusies

Daratumumab kan de indirecte Coombs-test tot 6 maanden na de laatste infusie positief maken en kan antilichamen tegen minor-antigenen maskeren; ABO- en RhD-typering worden niet beïnvloed. Patiënten moeten vóór aanvang van de behandeling worden getypeerd en gescreend (fenotypering kan worden overwogen; genotypering wordt niet beïnvloed). Bloedtransfusiecentra moeten vóór een geplande transfusie over de interferentie worden geïnformeerd; in een noodsituatie kunnen niet-gekruisproefde ABO/RhD-compatibele rode bloedcellen worden gegeven volgens de plaatselijke praktijk.

Beoordeling van de myeloomrespons

Daratumumab wordt gedetecteerd door serumeiwitelektroforese en immunofixatie, wat de beoordeling van de complete respons en van ziekteprogressie bij sommige patiënten met IgG-kappa-myeloomeiwit kan beïnvloeden. Bij een aanhoudende zeer goede partiële respons kan een gevalideerde daratumumab-specifieke immunofixatietest helpen.

Stamcelmobilisatie

Bij voor transplantatie in aanmerking komende patiënten die daratumumab kregen met bortezomib, thalidomide en dexamethason was de opbrengst aan CD34+-stamcellen numeriek lager (mediaan 6,3 tegenover 8,9 × 10⁶ cellen/kg) en hadden meer patiënten plerixafor nodig (21,7% tegenover 7,9%), maar de engraftmentpercentages waren vergelijkbaar (99,8% en 99,6%).

Traceerbaarheid

Net als bij alle biologische geneesmiddelen moeten de productnaam en het batchnummer worden vastgelegd.

Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid

  • Anticonceptie: vrouwen die zwanger kunnen worden, moeten tijdens de behandeling en tot 3 maanden daarna effectieve anticonceptie gebruiken.
  • Zwangerschap: gegevens bij de mens zijn zeer beperkt en dierstudies zijn onvoldoende. Daratumumab wordt niet aanbevolen tijdens de zwangerschap of bij vrouwen die zwanger kunnen worden en geen anticonceptie gebruiken.
  • Borstvoeding: het is niet bekend of daratumumab in de moedermelk terechtkomt; er wordt beslist of de borstvoeding of de behandeling wordt gestaakt.
  • Vruchtbaarheid: er zijn geen gegevens beschikbaar.

Sorbitol

Elke injectieflacon van 5 ml bevat 273,3 mg en elke injectieflacon van 20 ml 1.093 mg sorbitol (E420); elke injectieflacon van 15 ml van de oplossing voor injectie bevat 735,1 mg. Patiënten met erfelijke fructose-intolerantie mogen het niet krijgen, tenzij strikt noodzakelijk, en vóór de behandeling wordt een voorgeschiedenis van symptomen van fructose-intolerantie afgenomen.

Invloed op de rijvaardigheid

Daratumumab heeft geen of een verwaarloosbare invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen, maar vermoeidheid is gemeld en moet in aanmerking worden genomen.

Bewaarcondities

Bewaar ongeopende injectieflacons in een koelkast bij 2–8 °C, in de oorspronkelijke verpakking ter bescherming tegen licht. Niet in de vriezer bewaren. De injectieflacons worden in een ononderbroken koudeketen naar de apotheek gebracht die de infusie bereidt.

De verdunde oplossing moet onmiddellijk worden gebruikt. Als dat niet gebeurt, kan ze hooguit 24 uur in een koelkast (2–8 °C) worden bewaard, beschermd tegen licht, gevolgd door hooguit 15 uur, inclusief de infusietijd, bij kamertemperatuur (15–25 °C) en kamerlicht. Een gekoelde oplossing moet vóór toediening kamertemperatuur bereiken.

De oplossing voor injectie wordt eveneens in een koelkast bij 2–8 °C in de oorspronkelijke verpakking bewaard, beschermd tegen licht, en niet ingevroren. Niet-aangeprikte injectieflacons mogen eenmalig gedurende ten hoogste 24 uur bij kamertemperatuur (tot 30 °C) worden bewaard; een injectieflacon die uit de koelkast is gehaald, mag er niet in worden teruggezet. Eenmaal opgetrokken in een spuit is de oplossing gedurende 24 uur bij 2–8 °C chemisch en fysisch stabiel, gevolgd door hooguit 12 uur bij 15–25 °C bij omgevingslicht. Uit microbiologisch oogpunt moet ze onmiddellijk worden gebruikt; anders zijn de bewaartijden en -condities tijdens gebruik de verantwoordelijkheid van de gebruiker.

Houdbaarheid

Ongeopende injectieflacons: 3 jaar (concentraat en oplossing voor injectie). Niet gebruiken na de uiterste gebruiksdatum op de doos.

Afleveringsvoorwaarden in de apotheek

Alleen op recept (Rx). Darzalex-infusies moeten worden toegediend door een zorgverlener in een omgeving met reanimatievoorzieningen, en ook de eerste vier subcutane doses door een zorgverlener, daarom wordt het geleverd aan het ziekenhuis of de kliniek die het toedient, in een gekoelde keten (2–8 °C). Het infusieconcentraat is verpakt in afzonderlijke injectieflacons van 5 ml of 20 ml en in een startverpakking van 11 injectieflacons (zes van 5 ml en vijf van 20 ml).

Andere werkzame stoffen in hetzelfde therapeutisch gebied of dezelfde geneesmiddelenklasse.

Belangrijke kennisgeving

De informatie op deze website is uitsluitend bedoeld voor algemene informatieve en educatieve doeleinden en vormt geen medisch advies, diagnose of behandelingsaanbeveling. Deze informatie is niet bedoeld ter vervanging van overleg met een gekwalificeerde zorgverlener. Vraag bij vragen over een medische aandoening of geneesmiddel altijd advies aan uw arts, apotheker of een andere gekwalificeerde zorgverlener. Negeer nooit professioneel medisch advies en stel het inwinnen ervan niet uit op grond van informatie op deze website. Productbeschikbaarheid, goedgekeurde indicaties en voorschrijfinformatie kunnen per land verschillen. Veel vermelde geneesmiddelen vereisen een geldig recept; waar een recept vereist is, moet dit geldig zijn in het land van bestemming en moeten de producten onder medisch toezicht worden gebruikt. Wij kopen, verzenden of vermelden geen gereguleerde stoffen onder de Oostenrijkse Wet op verdovende middelen (Suchtmittelgesetz, SMG) of gelijkwaardige internationale regelgeving.

Bekijk onze volledige Algemene voorwaarden en Medische disclaimer

Informatiebron

Deze productinformatie is gebaseerd op:

DrugBank — Daratumumab (DB09331); EMA SmPC — Darzalex

Laatst gecontroleerd: