Oxaliplatine

Platinaverbinding (cytotoxisch antineoplastisch middel)

Oxaliplatine is een cytotoxische platinaverbinding uit een nieuwere klasse, waarin het platina-atoom een complex vormt met 1,2-diaminocyclohexaan (DACH) en een oxalaatgroep. De reactieve derivaten ervan vormen platina-DNA-crosslinks die de DNA-replicatie en -transcriptie blokkeren, en het vertoont synergistische cytotoxiciteit met 5-fluorouracil. In de EU is het nationaal toegelaten, in combinatie met 5-fluorouracil (een fluoropyrimidine) en folinezuur, voor de adjuvante behandeling van stadium III-coloncarcinoom (Dukes C) na complete resectie van de primaire tumor en voor gemetastaseerd colorectaal carcinoom. Het wordt alleen bij volwassenen gegeven, als intraveneuze infusie van 2 tot 6 uur om de twee weken in een gespecialiseerde oncologische eenheid, altijd vóór het fluoropyrimidine. Perifere sensorische neuropathie, vaak verergerd door kou, is de dosisbeperkende toxiciteit, en ook gastro-intestinale en hematologische toxiciteit komen zeer vaak voor.

Verkrijgbaar onder merknamen

Deze werkzame stof wordt, afhankelijk van regio en fabrikant, onder de volgende merknamen op de markt gebracht:

  • Eloxatine ®

Merknamen zijn geregistreerde handelsmerken van hun respectieve eigenaren. Pharmalogistic vertegenwoordigt, vervaardigt of distribueert de hierboven genoemde merkproducten niet.

Informatie aanvragen

Zoekt u een specifiek merk van deze werkzame stof?

Neem contact met ons op om beschikbaarheid en inkoop te bespreken.

Veelgestelde vragen

Oxaliplatine: waarvoor wordt het gebruikt?

Oxaliplatine is een cytotoxische platinaverbinding uit een nieuwere klasse, waarin het platina-atoom een complex vormt met 1,2-diaminocyclohexaan (DACH) en een oxalaatgroep.

Oxaliplatine: is een recept vereist?

Ja. Oxaliplatine is een receptplichtig geneesmiddel. Een geldig recept van een bevoegde arts is vereist en de receptvoorschriften van het land van bestemming worden vóór elke verzending gecontroleerd.

Oxaliplatine: hoe moet het worden bewaard?

Bewaar Oxaliplatine bij Beneden 25 °C; de injectieflacon in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht, in de originele verpakking, beschermd tegen licht en buiten het bereik van kinderen. Na eerste gebruik: Na verdunning in 5% glucose: 24 uur stabiel bij 2–8 °C of 6 uur bij 25 °C. Indien mogelijk onmiddellijk gebruiken; anders zijn de bewaartijden en -condities tijdens gebruik de verantwoordelijkheid van de gebruiker en bedragen die normaal niet meer dan 24 uur bij 2–8 °C, tenzij de verdunning heeft plaatsgevonden onder gecontroleerde en gevalideerde aseptische omstandigheden..

Oxaliplatine: is gekoelde verzending (koelketen) nodig?

Nee. Oxaliplatine is stabiel bij Beneden 25 °C; de injectieflacon in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht, zodat standaard beschermende verpakking voldoende is; tijdens het transport wordt het wel tegen hitte en vocht afgeschermd.

Oxaliplatine: onder welke merknamen wordt het verkocht?

Oxaliplatine wordt, afhankelijk van land en fabrikant, op de markt gebracht als Eloxatine. Merknamen zijn handelsmerken van hun respectieve eigenaren; Pharmalogistic vertegenwoordigt of distribueert de merkproducten niet.

Oxaliplatine: welke sterktes zijn beschikbaar?

Oxaliplatine is beschikbaar in de volgende sterktes: 20 mg/4 ml concentraat voor oplossing voor infusie (5 mg/ml), 50 mg/10 ml concentraat voor oplossing voor infusie (5 mg/ml), 100 mg/20 ml concentraat voor oplossing voor infusie (5 mg/ml), 200 mg/40 ml concentraat voor oplossing voor infusie (5 mg/ml). De geschikte sterkte en het doseringsschema worden bepaald door de behandelend arts.

Oxaliplatine: wat is de houdbaarheid?

De houdbaarheid van Oxaliplatine is 2 jaar (ongeopende injectieflacon; Oxaliplatino Teva 5 mg/ml concentraat) bij bewaring volgens de aanbevelingen. Niet meer gebruiken na de uiterste houdbaarheidsdatum die op de verpakking staat vermeld.

Medische informatie en richtlijnen

Farmacologie, indicaties en veiligheidsprofiel van deze werkzame stof

Farmacologische werking

Oxaliplatine is een antineoplastisch geneesmiddel uit de klasse van de platinaverbindingen. Het platina-atoom vormt een complex met 1,2-diaminocyclohexaan (DACH) en een oxalaatgroep, en oxaliplatine is een enkel enantiomeer. Het heeft een breed spectrum van cytotoxische activiteit in vitro en van antitumoractiviteit in vivo, onder meer in modellen van humaan colorectaal carcinoom en in verscheidene cisplatineresistente modellen.

Werkingsmechanisme

  • Activering: in fysiologische oplossingen wordt oxaliplatine niet-enzymatisch, door verdringing van de labiele oxalaatligand, omgezet in verscheidene tijdelijke reactieve species, waaronder monoaquo- en diaquo-DACH-platina.
  • DNA-crosslinks: deze derivaten binden covalent aan DNA en vormen intrastreng- en interstreng-platina-DNA-crosslinks, vooral tussen aangrenzende guanines (GG), aangrenzende adenine-guaninparen (AG) en guanines die door één nucleotide zijn gescheiden (GNG). De crosslinks remmen de DNA-replicatie en -transcriptie.
  • Celcyclus: de cytotoxiciteit is niet specifiek voor een fase van de celcyclus.
  • Synergie met 5-fluorouracil: oxaliplatine en 5-fluorouracil (5-FU) vertonen synergistische cytotoxiciteit in vitro en in vivo, en samen werkten ze in verscheidene tumormodellen sterker antiproliferatief dan elk afzonderlijk.
  • Cisplatineresistentie: er is ook activiteit aangetoond in verscheidene cisplatineresistente modellen in vitro en in vivo.
  • Het mechanisme is niet volledig opgehelderd, maar de gehydrateerde derivaten die tijdens de biotransformatie ontstaan, worden verondersteld verantwoordelijk te zijn voor de cytotoxische en antitumoractiviteit.

Farmacokinetiek

  • Wat wordt gemeten: de farmacokinetiek van de afzonderlijke actieve verbindingen is niet bepaald. De cijfers beschrijven ultrafiltreerbaar platina, een mengsel van alle ongebonden actieve en inactieve platinaspecies.
  • Blootstelling: na een infusie van 2 uur met 85 mg/m² om de twee weken bedraagt de gemiddelde piekconcentratie van ultrafiltreerbaar platina ongeveer 0,814 μg/ml en de AUC0–48 ongeveer 4,19 μg·h/ml. Er treedt geen accumulatie op bij 85 mg/m² om de twee weken, de steady state wordt in cyclus 1 bereikt en de variabiliteit tussen en binnen patiënten is over het algemeen laag.
  • Distributie: aan het einde van een infusie van 2 uur bevindt zich ongeveer 15% van de platinadosis in de circulatie, en de overige 85% verdeelt zich snel over de weefsels of wordt in de urine uitgescheiden. Het distributievolume bij steady state bedraagt ongeveer 440 l. Platina bindt onomkeerbaar aan plasma-eiwitten (meer dan 90%, voornamelijk albumine en gammaglobulines) en stapelt zich ongeveer 2 keer op in de rode bloedcellen, waar het geen relevante activiteit lijkt te hebben. De halfwaardetijden in deze matrices liggen dicht bij de natuurlijke omzet van rode bloedcellen en serumalbumine.
  • Metabolisme: de biotransformatie is uitgebreid en niet-enzymatisch. Er is geen bewijs voor cytochroom P450-gemedieerd metabolisme van de DACH-ring. In het plasma-ultrafiltraat zijn tot 17 platinabevattende derivaten gezien, waaronder cytotoxische species (monochloro-, dichloro-, monoaquo- en diaquo-DACH-platina) en niet-cytotoxische conjugaten. Aan het einde van een infusie van 2 uur was in het ultrafiltraat geen onveranderd oxaliplatine aantoonbaar.
  • Eliminatie: ultrafiltreerbaar platina daalt in drie fasen, met halfwaardetijden van ongeveer 0,43 uur, 16,8 uur en een lange terminale fase van ongeveer 391 uur; de gemiddelde klaring bedraagt ongeveer 17,4 l/u. De eliminatie verloopt voornamelijk via de nieren: binnen vijf dagen na een enkele infusie van 2 uur werd ongeveer 54% van het platina in de urine aangetroffen en slechts ongeveer 2% in de feces. De renale klaring van ultrafiltreerbaar platina is significant gecorreleerd met de glomerulaire filtratiesnelheid.
  • Speciale populaties: ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring lager dan 30 ml/min) is een contra-indicatie; zie Toediening en dosering voor lichte tot matige nierinsufficiëntie, leverinsufficiëntie en leeftijd.

Indicaties

Oxaliplatine wordt bij volwassenen gebruikt in combinatie met 5-fluorouracil (5-FU, een fluoropyrimidine) en folinezuur voor:

  • Adjuvante behandeling van stadium III-coloncarcinoom (Dukes C), na complete resectie van de primaire tumor.
  • Behandeling van gemetastaseerd colorectaal carcinoom.

Contra-indicaties

  • Voorgeschiedenis van overgevoeligheid voor oxaliplatine of voor een van de hulpstoffen.
  • Borstvoeding.
  • Beenmergsuppressie vóór de eerste cyclus, blijkend uit uitgangswaarden van neutrofielen lager dan 2 × 10⁹/l en/of bloedplaatjes lager dan 100 × 10⁹/l.
  • Perifere sensorische neuropathie met functionele beperking vóór de eerste cyclus.
  • Ernstige nierinsufficiëntie (creatinineklaring lager dan 30 ml/min).

Bijwerkingen

De meest voorkomende reacties op oxaliplatine met 5-FU en folinezuur zijn gastro-intestinaal (diarree, misselijkheid, braken, mucositis), hematologisch (neutropenie, trombocytopenie) en neurologisch (acute en door de cumulatieve dosis bepaalde perifere sensorische neuropathie). Ze kwamen over het algemeen vaker voor en waren ernstiger met oxaliplatine plus 5-FU/folinezuur dan met 5-FU/folinezuur alleen. De frequenties zijn afkomstig uit onderzoeken bij gemetastaseerde kanker (416 patiënten) en bij adjuvante behandeling (1.108 patiënten) met oxaliplatine plus 5-FU/folinezuur en uit gegevens na het in de handel brengen.

Zeer vaak (≥1/10): infectie; anemie, neutropenie, trombocytopenie, leukopenie, lymfopenie; allergie/allergische reactie; anorexie, hyperglykemie, hypokaliëmie, hypernatriëmie; perifere sensorische neuropathie, sensibiliteitsstoornis, smaakstoornis, dysgeusie, hoofdpijn; dyspneu, hoesten, epistaxis; misselijkheid, diarree, braken, stomatitis/mucositis, buikpijn, constipatie; huidaandoening, alopecia; rugpijn; vermoeidheid, koorts, asthenie, pijn, reactie op de toedieningsplaats; verhoogde leverenzymen, alkalische fosfatase, bilirubine en lactaatdehydrogenase; gewichtstoename (adjuvante behandeling).

Vaak (≥1/100 tot <1/10): rinitis, infectie van de bovenste luchtwegen, neutropenische sepsis (waaronder fatale gevallen); febriele neutropenie; dehydratie, hypocalciëmie; depressie, slapeloosheid; duizeligheid, motorische neuritis, meningisme; conjunctivitis, visusstoornis; bloeding, blozen, diepveneuze trombose, hypertensie; hikken, longembolie; dyspepsie, gastro-oesofageale reflux, gastro-intestinale en rectale bloeding; huidafschilfering (hand-voetsyndroom), erythemateuze uitslag, uitslag, hyperhidrose, nagelaandoening; artralgie, botpijn; hematurie, dysurie, abnormale mictiefrequentie; verhoogd bloedcreatinine, gewichtsverlies (behandeling van gemetastaseerde ziekte); val.

Soms (≥1/1.000 tot <1/100): sepsis (waaronder fatale gevallen); metabole acidose; nervositeit; ototoxiciteit; ileus, darmobstructie.

Zelden (≥1/10.000 tot <1/1.000): immuno-allergische trombocytopenie, hemolytische anemie; dysartrie, posterieur reversibel encefalopathiesyndroom (PRES); tijdelijk verminderde gezichtsscherpte, gezichtsveldstoornis, optische neuritis, voorbijgaand verlies van het gezichtsvermogen dat na staken van de behandeling herstelt; doofheid; interstitiële longziekte (soms fataal), longfibrose; colitis waaronder Clostridium difficile-diarree, pancreatitis; gedissemineerde intravasale stolling (waaronder fatale gevallen).

Zeer zelden (<1/10.000): hepatisch sinusoïdaal obstructiesyndroom (veno-occlusieve ziekte) en verwante leververanderingen zoals peliosis hepatis, nodulaire regeneratieve hyperplasie en perisinusoïdale fibrose; acute tubulaire necrose, acute interstitiële nefritis en acuut nierfalen.

Niet bekend: acuut coronair syndroom (myocardinfarct, coronaire vasospasme, angina pectoris) bij patiënten die oxaliplatine kregen met 5-FU en bevacizumab; oesofagitis; focale nodulaire hyperplasie van de lever; hemolytisch-uremisch syndroom, auto-immuun pancytopenie, pancytopenie, secundaire leukemie; septische shock (waaronder fatale gevallen); convulsies, ischemische en hemorragische cerebrovasculaire aandoening; QT-verlenging met ventriculaire aritmie waaronder torsade de pointes; laryngospasme, pneumonie en bronchopneumonie (waaronder fatale gevallen); intestinale ischemie (waaronder fatale gevallen), gastro-intestinale ulcus en perforatie; rabdomyolyse (waaronder fatale gevallen); overgevoeligheidsvasculitis.

Gerapporteerde frequenties van de belangrijkste reacties met oxaliplatine 85 mg/m² plus 5-FU/folinezuur om de twee weken (alle graden, behandeling van gemetastaseerde ziekte en adjuvante behandeling): neutropenie 71,4% en 78,9%, anemie 82,2% en 75,6%, trombocytopenie 71,6% en 77,4%, misselijkheid 69,9% en 73,7%, diarree 60,8% en 56,3%, braken 49,0% en 47,2%, mucositis/stomatitis 39,9% en 42,1%, allergische reactie 9,1% en 10,3%. Neutropenie van graad 3 kwam voor bij 28% en 28,8% en van graad 4 bij 14% en 12,3%; diarree van graad 3 bij 9% en 8,3% en van graad 4 bij 2% en 2,5%.

Neurologische toxiciteit: de dosisbeperkende toxiciteit is een perifere sensorische neuropathie met dysesthesie en/of paresthesie van de extremiteiten, met of zonder krampen, vaak verergerd door kou. De symptomen treden op bij maximaal 95% van de behandelde patiënten, verdwijnen meestal tussen de cycli en duren langer naarmate er meer cycli zijn gegeven. Aanhoudende symptomen treden op bij ongeveer 10% van de patiënten bij een cumulatieve dosis van 850 mg/m² (10 cycli) en bij 20% bij 1.020 mg/m² (12 cycli). Zes maanden nadat de adjuvante behandeling was gestopt, had 87% van de patiënten geen of lichte symptomen, en na maximaal 3 jaar follow-up had ongeveer 3% aanhoudende gelokaliseerde paresthesie van matige intensiteit (2,3%) of paresthesie die functionele activiteiten kan hinderen (0,5%). Acute neurosensorische symptomen beginnen binnen enkele uren na toediening en volgen vaak op blootstelling aan kou; een acute faryngolaryngeale dysesthesie (een subjectief gevoel van moeite met slikken of ademhalen, zonder objectieve ademnood) komt voor bij 1–2% van de patiënten en verdwijnt snel, en een langere infusie verlaagt de incidentie ervan.

Belangrijke ernstige reacties: anafylactische reacties, neutropenische sepsis en septische shock, hemolytisch-uremisch syndroom, gedissemineerde intravasale stolling, QT-verlenging, rabdomyolyse, interstitiële longziekte, intestinale ischemie, gastro-intestinaal ulcus met perforatie of bloeding, hepatisch sinusoïdaal obstructiesyndroom en PRES.

Geneesmiddelinteracties

  • 5-fluorouracil: na een enkelvoudige oxaliplatinedosis van 85 mg/m² die vlak vóór 5-FU werd gegeven, veranderde de blootstelling aan 5-FU niet.
  • Eiwitbinding: in vitro verdrongen erytromycine, salicylaten, granisetron, paclitaxel en natriumvalproaat oxaliplatine niet significant van plasma-eiwitten.
  • Geneesmiddelen die het QT-interval verlengen: voorzichtigheid is geboden, en het QT-interval moet nauwgezet worden gecontroleerd als ze met oxaliplatine worden gecombineerd.
  • Geneesmiddelen die met rabdomyolyse in verband worden gebracht: voorzichtigheid is geboden.
  • Neurotoxische geneesmiddelen: neurologische toxiciteit vereist bijzondere controle wanneer oxaliplatine wordt gegeven met geneesmiddelen die zelf neurotoxisch zijn.
  • Andere myelosuppressieve chemotherapie: de effecten van oxaliplatine op het beenmerg kunnen bij die van gelijktijdige chemotherapie komen.
  • Levende of levend-verzwakte vaccins: vermijden bij patiënten die oxaliplatine krijgen; geïnactiveerde vaccins mogen worden gegeven, maar de respons kan verminderd zijn.
  • Verdunningsmiddel: voor het verdunnen van het concentraat mag alleen 5% glucose worden gebruikt.

Toediening en dosering

Oxaliplatine is uitsluitend bestemd voor volwassenen. Het gebruik ervan moet beperkt blijven tot gespecialiseerde eenheden voor medische oncologie, onder toezicht van een ervaren klinisch oncoloog. Het wordt gegeven als intraveneuze infusie, verdund in 250–500 ml 5% glucose tot een concentratie van niet minder dan 0,2 mg/ml (de hoogste concentratie die in de praktijk wordt gebruikt voor een dosis van 85 mg/m² is 0,70 mg/ml), via een centrale of perifere ader gedurende 2 tot 6 uur. Hyperhydratie is niet nodig. Oxaliplatine moet altijd vóór het fluoropyrimidine (5-fluorouracil) worden gegeven. Als extravasatie optreedt, moet de infusie onmiddellijk worden gestopt.

Aanbevolen dosis

  • Adjuvante behandeling van stadium III-coloncarcinoom: 85 mg/m² intraveneus om de twee weken gedurende 12 cycli (6 maanden).
  • Gemetastaseerd colorectaal carcinoom: 85 mg/m² intraveneus om de twee weken tot ziekteprogressie of onaanvaardbare toxiciteit.
  • Oxaliplatine is vooral gebruikt met 5-FU in regimes met continue infusie; bij het tweewekelijkse regime werd 5-FU gegeven als bolus plus continue infusie. De dosis wordt aangepast aan de verdraagbaarheid.

Dosisaanpassingen bij bijwerkingen

  • Neurologische symptomen: als paresthesie of dysesthesie langer dan zeven dagen duurt en hinderlijk is, verlaag dan de volgende dosis van 85 naar 65 mg/m² (behandeling van gemetastaseerde ziekte) of 75 mg/m² (adjuvante behandeling). Dezelfde verlaging geldt als paresthesie zonder functionele beperking tot de volgende cyclus aanhoudt. Als paresthesie met functionele beperking tot de volgende cyclus aanhoudt, stop dan de behandeling. Als de symptomen na het staken verbeteren, kan hervatting worden overwogen.
  • Acute faryngolaryngeale dysesthesie: als die optreedt tijdens of in de uren na een infusie van 2 uur, laat de volgende infusie dan 6 uur duren.
  • Bloedbeeld: als neutrofielen lager zijn dan 1,5 × 10⁹/l of bloedplaatjes lager dan 50 × 10⁹/l, stel dan de volgende cyclus uit tot de waarden weer een aanvaardbaar niveau hebben bereikt. Voor aanvang en vóór elke cyclus wordt een volledig bloedbeeld met differentiatie gemaakt.
  • Mucositis of stomatitis (met of zonder neutropenie): stel de volgende behandeling uit tot die is afgenomen tot graad 1 of lager en/of de neutrofielen ten minste 1,5 × 10⁹/l bedragen.
  • Graad 4-diarree, graad 3–4-neutropenie (neutrofielen lager dan 1,0 × 10⁹/l), febriele neutropenie of graad 3–4-trombocytopenie (bloedplaatjes lager dan 50 × 10⁹/l): verlaag oxaliplatine van 85 naar 65 mg/m² (behandeling van gemetastaseerde ziekte) of 75 mg/m² (adjuvante behandeling), naast elke verlaging die voor 5-FU nodig is. De gebruikelijke dosisaanpassingen voor 5-FU-toxiciteit worden gevolgd wanneer het met oxaliplatine wordt gegeven.
  • Zie Bijzondere voorzorgsmaatregelen voor de gebeurtenissen die onderbreking of staken vereisen.

Speciale populaties

  • Nierinsufficiëntie: niet geven bij ernstige insufficiëntie (creatinineklaring lager dan 30 ml/min). Bij lichte tot matige insufficiëntie is de aanbevolen dosis 85 mg/m², met nauwgezette controle op bijwerkingen en dosisaanpassing aan de toxiciteit.
  • Leverinsufficiëntie: in een fase I-onderzoek leken de frequentie en de ernst van hepatobiliaire aandoeningen verband te houden met ziekteprogressie en eerdere afwijkingen van de leverfunctie. Bij patiënten met afwijkende leverfunctietests werd tijdens de klinische ontwikkeling geen specifieke dosisaanpassing gedaan.
  • Ouderen: bij patiënten ouder dan 65 jaar werd geen toename van ernstige toxiciteit gezien, noch met oxaliplatine alleen noch met 5-FU, dus een specifieke aanpassing is niet nodig.
  • Kinderen en adolescenten: oxaliplatine is niet specifiek geïndiceerd bij kinderen. De werkzaamheid van oxaliplatine alleen bij pediatrische populaties met solide tumoren is niet vastgesteld.

Bijzondere voorzorgsmaatregelen

Gespecialiseerde setting

Oxaliplatine mag alleen worden gebruikt in gespecialiseerde eenheden voor medische oncologie, onder toezicht van een ervaren klinisch oncoloog.

Overgevoeligheid en extravasatie

Patiënten met een voorgeschiedenis van allergische reacties op andere platinaproducten hebben speciale klinische controle nodig. Als anafylactische reacties optreden, stop dan de infusie onmiddellijk en start een passende symptomatische behandeling; opnieuw geven van oxaliplatine is bij deze patiënten gecontra-indiceerd. Kruisreacties, soms fataal, zijn gemeld met alle platinaverbindingen. Als extravasatie optreedt, stop dan de infusie en pas de gebruikelijke lokale symptomatische behandeling toe.

Neurologische toxiciteit en perifere neuropathie

Neurologische toxiciteit vereist bijzondere controle, vooral bij andere neurotoxische geneesmiddelen. Voor en na elke toediening moet regelmatig een neurologisch onderzoek worden gedaan. Dosisaanpassingen bij neuropathie worden hierboven beschreven. Patiënten moeten worden verteld dat symptomen van perifere neuropathie na het einde van de behandeling kunnen aanhouden: matige gelokaliseerde paresthesie, of paresthesie die functionele activiteiten hindert, kan tot 3 jaar na adjuvante behandeling voortduren.

Posterieur reversibel encefalopathiesyndroom (PRES)

PRES, ook wel reversibel posterieur leuko-encefalopathiesyndroom genoemd, is gemeld bij patiënten die oxaliplatine met chemotherapie kregen. Het is een zeldzame, reversibele aandoening met een snel neurologisch verloop die convulsies, hypertensie, hoofdpijn, verwardheid, blindheid en andere visuele en neurologische stoornissen kan omvatten. De diagnose wordt bevestigd met hersenbeeldvorming, bij voorkeur MRI.

Misselijkheid, braken, diarree en dehydratie

Gastro-intestinale toxiciteit vereist profylactische en/of therapeutische behandeling met anti-emetica, en krachtige anti-emetica worden sterk aanbevolen. Ernstige diarree of braken kunnen leiden tot dehydratie, paralytische ileus, darmobstructie, hypokaliëmie, metabole acidose en nierinsufficiëntie, vooral wanneer oxaliplatine wordt gecombineerd met 5-FU. Intestinale ischemie, waaronder fatale gevallen, is gemeld; als die optreedt, stop dan oxaliplatine en start passende maatregelen. Patiënten moeten worden voorgelicht over het risico van diarree en braken, mucositis/stomatitis en neutropenie, zodat ze dringend contact kunnen opnemen met hun voorschrijver.

Hematologische toxiciteit en infecties

Patiënten met ernstige, aanhoudende beenmergsuppressie lopen een hoog risico op infecties. Sepsis, neutropenische sepsis en septische shock, waaronder fatale gevallen, zijn gemeld; als een daarvan optreedt, stop dan oxaliplatine. Hemolytisch-uremisch syndroom is een levensbedreigende reactie met onbekende frequentie: stop de behandeling bij het eerste bewijs van microangiopathische hemolytische anemie, zoals een snelle daling van het hemoglobine met trombocytopenie en een stijging van bilirubine, creatinine, bloedureumstikstof of LDH. Nierfalen kan irreversibel zijn en dialyse kan nodig zijn. Gedissemineerde intravasale stolling, waaronder fatale gevallen, is gemeld; stop de behandeling als die optreedt en wees voorzichtig bij patiënten met verwante aandoeningen zoals infectie of sepsis.

Longsymptomen

Als onverklaarde respiratoire symptomen optreden (niet-productieve hoest, dyspneu, crepitaties of radiologische infiltraten), houd oxaliplatine dan achter tot verder onderzoek interstitiële longziekte heeft uitgesloten.

QT-verlenging

QT-verlenging kan het risico op ventriculaire aritmieën, waaronder torsade de pointes, verhogen, wat fataal kan zijn. Controleer het QT-interval nauwgezet en regelmatig, vóór en na toediening. Wees voorzichtig bij patiënten met een voorgeschiedenis van of aanleg voor QT-verlenging, bij patiënten die geneesmiddelen gebruiken die het QT-interval verlengen en bij patiënten met elektrolytstoornissen zoals hypokaliëmie, hypocalciëmie of hypomagnesiëmie. Onderbreek oxaliplatine als het QT-interval verlengd is.

Rabdomyolyse, gastro-intestinaal ulcus en de lever

Rabdomyolyse, waaronder fatale gevallen, is gemeld. Als spierpijn en -zwelling optreden met zwakte, koorts of donkere urine, stop dan oxaliplatine en neem passende maatregelen als het wordt bevestigd. Oxaliplatine kan een gastro-intestinaal ulcus met bloeding en perforatie veroorzaken, wat fataal kan zijn; als een ulcus optreedt, stop dan oxaliplatine. Afwijkende leverfunctietests, splenomegalie of portale hypertensie die niet duidelijk aan levermetastasen te wijten zijn, moeten in zeer zeldzame gevallen de verdenking wekken op door geneesmiddelen veroorzaakte vasculaire leveraandoeningen.

Vaccins en immuunsuppressie

Levende of levend-verzwakte vaccins die worden gegeven aan patiënten bij wie de immuniteit door chemotherapie is verminderd, kunnen ernstige of fatale infecties veroorzaken; vermijd ze daarom tijdens de behandeling met oxaliplatine. Geïnactiveerde vaccins of vaccins met gedode virussen mogen worden gegeven, maar de respons kan verminderd zijn.

Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid

  • Zwangerschap: er is geen veiligheidsinformatie beschikbaar bij zwangere vrouwen, en dierstudies toonden reproductietoxiciteit aan. Oxaliplatine wordt niet aanbevolen tijdens de zwangerschap of bij vrouwen in de vruchtbare leeftijd die geen anticonceptie gebruiken. Het mag alleen worden overwogen nadat de patiënte naar behoren is geïnformeerd over het risico voor de foetus en toestemming heeft gegeven.
  • Anticonceptie: vrouwen moeten tijdens de therapie en gedurende 4 maanden daarna adequate anticonceptie gebruiken. Vanwege mogelijk genotoxische effecten wordt anticonceptie bij mannen geadviseerd tot 6 maanden na het einde van de behandeling.
  • Borstvoeding: uitscheiding in de melk is niet onderzocht; oxaliplatine is gecontra-indiceerd tijdens borstvoeding.
  • Vruchtbaarheid: oxaliplatine kan een antivruchtbaarheidseffect hebben dat onomkeerbaar kan zijn. Mannen wordt geadviseerd tijdens de behandeling en tot 6 maanden daarna geen kind te verwekken en voor de behandeling advies in te winnen over het bewaren van sperma.
  • Toedieningsweg: peritoneale bloeding kan optreden als oxaliplatine intraperitoneaal wordt gegeven, wat geen goedgekeurde toedieningsweg is.

Lactose

Elke ml van het concentraat bevat 45 mg lactosemonohydraat (180 mg in de injectieflacon van 4 ml, 450 mg in die van 10 ml, 900 mg in die van 20 ml en 1.800 mg in die van 40 ml).

Effect op het rijvermogen

Er zijn geen onderzoeken gedaan naar de effecten op de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen. Het verhoogde risico op duizeligheid, misselijkheid en braken en op andere neurologische symptomen die de gang en het evenwicht kunnen beïnvloeden, kan een minimale tot matige invloed hebben op de rijvaardigheid en het vermogen om machines te bedienen.

Bewaarcondities

Bewaren beneden 25 °C. De injectieflacon in de buitenverpakking bewaren ter bescherming tegen licht. Koeling is niet nodig.

Na verdunning in 5% glucose is de infusieoplossing fysisch en chemisch 24 uur stabiel bij 2–8 °C en 6 uur bij 25 °C. Vanuit microbiologisch oogpunt moet de oplossing onmiddellijk worden gebruikt. Anders zijn de bewaartijden en -condities tijdens gebruik de verantwoordelijkheid van de gebruiker en mogen die normaal niet langer zijn dan 24 uur bij 2–8 °C, tenzij de verdunning heeft plaatsgevonden onder gecontroleerde en gevalideerde aseptische omstandigheden.

De injectieflacons zijn van helder type I-glas met een bromobutylrubber stop, aluminium verzegeling en polypropyleen klikdop, in verpakkingen met één injectieflacon van 4, 10, 20 of 40 ml; mogelijk worden niet alle verpakkingsgroottes in de handel gebracht.

Houdbaarheid

2 jaar vóór het openen van de injectieflacon (Oxaliplatino Teva 5 mg/ml concentraat voor oplossing voor infusie). Zie voor de verdunde oplossing Bewaarcondities.

Afleveringsvoorwaarden in de apotheek

Alleen op recept (Rx), voor gebruik in gespecialiseerde eenheden voor medische oncologie onder toezicht van een ervaren klinisch oncoloog. Oxaliplatine wordt gegeven als intraveneuze infusie en wordt daarom geleverd aan het ziekenhuis of de kliniek die het toedient. Levering onder gekoelde omstandigheden is niet nodig; bewaren beneden 25 °C.

Andere werkzame stoffen in hetzelfde therapeutisch gebied of dezelfde geneesmiddelenklasse.

Belangrijke kennisgeving

De informatie op deze website is uitsluitend bedoeld voor algemene informatieve en educatieve doeleinden en vormt geen medisch advies, diagnose of behandelingsaanbeveling. Deze informatie is niet bedoeld ter vervanging van overleg met een gekwalificeerde zorgverlener. Vraag bij vragen over een medische aandoening of geneesmiddel altijd advies aan uw arts, apotheker of een andere gekwalificeerde zorgverlener. Negeer nooit professioneel medisch advies en stel het inwinnen ervan niet uit op grond van informatie op deze website. Productbeschikbaarheid, goedgekeurde indicaties en voorschrijfinformatie kunnen per land verschillen. Veel vermelde geneesmiddelen vereisen een geldig recept; waar een recept vereist is, moet dit geldig zijn in het land van bestemming en moeten de producten onder medisch toezicht worden gebruikt. Wij kopen, verzenden of vermelden geen gereguleerde stoffen onder de Oostenrijkse Wet op verdovende middelen (Suchtmittelgesetz, SMG) of gelijkwaardige internationale regelgeving.

Bekijk onze volledige Algemene voorwaarden en Medische disclaimer

Informatiebron

Deze productinformatie is gebaseerd op:

DrugBank — Oxaliplatin (DB00526); AEMPS SmPC — Oxaliplatino Teva 5 mg/ml concentrado para solución para perfusión EFG

Laatst gecontroleerd: