Binimetinib
MEK1/2-remmer (proteïnekinaseremmer)
Binimetinib is een orale, reversibele remmer van de kinasen MEK1 en MEK2 in de MAPK-signaalroute (RAS–RAF–MEK–ERK). In tumoren met een BRAF V600-mutatie is deze route overactief, en het blokkeren van MEK samen met BRAF (door encorafenib) geeft een hogere antitumoractiviteit dan elk van beide geneesmiddelen afzonderlijk. In de EU is binimetinib alleen toegelaten in combinatie met encorafenib, voor volwassenen met irresectabel of gemetastaseerd melanoom met een BRAF V600-mutatie en voor volwassenen met gevorderde niet-kleincellige longkanker met een BRAF V600E-mutatie. De dosis is 45 mg tweemaal daags, met een tussenpoos van ongeveer 12 uur, en een gevalideerde test moet vóór de behandeling de BRAF-mutatie bevestigen. Vermoeidheid, misselijkheid, diarree, braken, buikpijn, spieraandoeningen en gewrichtspijn zijn de meest voorkomende bijwerkingen; de linkerventrikelfunctie, de ogen, bloedingen, bloedstolsels, de huid en leverfunctietests moeten worden gecontroleerd.
Verkrijgbaar onder merknamen
Deze werkzame stof wordt, afhankelijk van regio en fabrikant, onder de volgende merknamen op de markt gebracht:
- Mektovi ®
Merknamen zijn geregistreerde handelsmerken van hun respectieve eigenaren. Pharmalogistic vertegenwoordigt, vervaardigt of distribueert de hierboven genoemde merkproducten niet.
Informatie aanvragen
Zoekt u een specifiek merk van deze werkzame stof?
Neem contact met ons op om beschikbaarheid en inkoop te bespreken.
Veelgestelde vragen
Binimetinib: waarvoor wordt het gebruikt?
Binimetinib is een orale, reversibele remmer van de kinasen MEK1 en MEK2 in de MAPK-signaalroute (RAS–RAF–MEK–ERK).
Binimetinib: is een recept vereist?
Ja. Binimetinib is een receptplichtig geneesmiddel. Een geldig recept van een bevoegde arts is vereist en de receptvoorschriften van het land van bestemming worden vóór elke verzending gecontroleerd.
Binimetinib: hoe moet het worden bewaard?
Bewaar Binimetinib bij Geen speciale bewaarcondities, in de originele verpakking, beschermd tegen licht en buiten het bereik van kinderen.
Binimetinib: is gekoelde verzending (koelketen) nodig?
Nee. Binimetinib is stabiel bij Geen speciale bewaarcondities, zodat standaard beschermende verpakking voldoende is; tijdens het transport wordt het wel tegen hitte en vocht afgeschermd.
Binimetinib: onder welke merknamen wordt het verkocht?
Binimetinib wordt, afhankelijk van land en fabrikant, op de markt gebracht als Mektovi. Merknamen zijn handelsmerken van hun respectieve eigenaren; Pharmalogistic vertegenwoordigt of distribueert de merkproducten niet.
Binimetinib: welke sterktes zijn beschikbaar?
Binimetinib is beschikbaar in de volgende sterktes: Filmomhulde tabletten van 15 mg, Filmomhulde tabletten van 45 mg. De geschikte sterkte en het doseringsschema worden bepaald door de behandelend arts.
Binimetinib: wat is de houdbaarheid?
De houdbaarheid van Binimetinib is 3 jaar bij bewaring volgens de aanbevelingen. Niet meer gebruiken na de uiterste houdbaarheidsdatum die op de verpakking staat vermeld.
Medische informatie en richtlijnen
Farmacologie, indicaties en veiligheidsprofiel van deze werkzame stof
Farmacologische werking
Binimetinib is een reversibele, ATP-niet-competitieve remmer van de kinaseactiviteit van MEK1 en MEK2 (mitogeen-geactiveerde extracellulair signaalgereguleerde kinasen 1 en 2). MEK-eiwitten zijn stroomopwaartse regulatoren van de ERK-route, die celproliferatie bevordert. Bij melanoom en andere vormen van kanker wordt deze route vaak aangeschakeld door gemuteerde vormen van BRAF, dat MEK activeert. Binimetinib wordt altijd samen met encorafenib, een BRAF-remmer, gegeven.
Werkingsmechanisme
- MEK-remming: binimetinib voorkomt de activering van MEK door BRAF en remt de kinaseactiviteit van MEK. In celvrije systemen remt het MEK1 en MEK2 bij concentraties (IC50) van 12–46 nM.
- Antitumoractiviteit: het remt de groei van BRAF V600-gemuteerde melanoomcellijnen en heeft antitumoreffecten in diermodellen van BRAF V600-gemuteerd melanoom.
- Combinatie met encorafenib: de twee geneesmiddelen blokkeren twee verschillende kinasen in dezelfde MAPK-route (BRAF en MEK), wat een hogere antitumoractiviteit geeft dan elk afzonderlijk. In muismodellen van BRAF V600E-melanoom vertraagde de combinatie ook het ontstaan van resistentie.
- Afhankelijkheid van de mutatie: de werkzaamheid en veiligheid van de combinatie zijn alleen vastgesteld bij melanoom met BRAF V600E- of V600K-mutaties en bij niet-kleincellige longkanker met een BRAF V600E-mutatie. Ze mag niet worden gebruikt bij ziekte met BRAF-wildtype.
Farmacokinetiek
- Absorptie: snel, met een mediane tijd tot de piekconcentratie van ongeveer 1,5 uur; ten minste 50% van een dosis wordt geabsorbeerd. Bij tweemaal daagse toediening samen met encorafenib wordt de steady state binnen 15 dagen bereikt zonder grote accumulatie (gemiddelde Cmax in steady state 654 ng/ml en AUC 2,35 µg·u/ml bij melanoompatiënten, uit populatiemodellering). De blootstelling is bij benadering dosislineair. Een vet- en calorierijke maaltijd verlaagde de piekconcentratie met 17% zonder de AUC te veranderen, en een middel dat de pH van de maag verandert (rabeprazol) veranderde de blootstelling niet.
- Distributie: ongeveer 97,2% gebonden aan humane plasma-eiwitten in vitro; bloed-plasmaratio 0,718; schijnbaar distributievolume ongeveer 374 l.
- Metabolisme: hoofdzakelijk door glucuronidering, die tot ongeveer 61% van de klaring uitmaakt (UGT1A1). Andere routes zijn N-dealkylering, amidehydrolyse en verlies van een ethaandiolgroep uit de zijketen. Ongeveer 60% van de circulerende radioactiviteit in plasma was binimetinib zelf. In vitro vormen CYP1A2 en CYP2C19 een actieve metaboliet die bij patiënten minder dan 20% van de blootstelling aan binimetinib vertegenwoordigt.
- Eliminatie: na een enkelvoudige radioactief gemerkte dosis van 45 mg bij gezonde proefpersonen werd gemiddeld 62,3% van de radioactiviteit uitgescheiden in de feces en 31,4% in de urine. De gemiddelde terminale halfwaardetijd is ongeveer 3,5 uur en de schijnbare klaring ongeveer 20,2 l/u.
- Speciale populaties: bij patiënten van 65 jaar of ouder, bij lichte leverfunctiestoornis (Child-Pugh-klasse A) of bij nierfunctiestoornis wordt geen dosisaanpassing aanbevolen. Binimetinib wordt niet aanbevolen bij matige of ernstige leverfunctiestoornis (zie Toediening en dosering).
Indicaties
Binimetinib wordt gebruikt bij volwassenen, altijd in combinatie met encorafenib.
- Melanoom: irresectabel of gemetastaseerd melanoom met een BRAF V600-mutatie.
- Niet-kleincellige longkanker (NSCLC): gevorderde NSCLC met een BRAF V600E-mutatie.
De BRAF-mutatie moet vóór de behandeling worden bevestigd (zie Toediening en dosering).
Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor binimetinib of voor een van de hulpstoffen.
Bijwerkingen
De veiligheid van binimetinib 45 mg tweemaal daags met encorafenib 450 mg eenmaal daags werd beoordeeld bij 372 patiënten: 274 met irresectabel of gemetastaseerd melanoom met een BRAF V600-mutatie en 98 met gevorderde NSCLC met een BRAF V600E-mutatie. De meest voorkomende reacties (bij meer dan 25% van de patiënten) waren vermoeidheid, misselijkheid, diarree, braken, buikpijn, myopathie en spieraandoeningen, en artralgie. Met encorafenib 300 mg eenmaal daags plus binimetinib (257 melanoompatiënten) waren de meest voorkomende reacties vermoeidheid, misselijkheid en diarree.
Zeer vaak (≥1/10): anemie; perifere neuropathie, duizeligheid, hoofdpijn; verminderd zicht, loslating van het retinale pigmentepitheel; hemorragie (bloedingen op verschillende plaatsen, waaronder cerebrale, gastro-intestinale en urinewegbloedingen), hypertensie; buikpijn, diarree, braken, misselijkheid, obstipatie; hyperkeratose, huiduitslag, droge huid, pruritus, alopecia; artralgie, myopathie en spieraandoeningen (waaronder myalgie, spierzwakte en spierspasme), rugpijn, pijn in een extremiteit; pyrexie, perifeer oedeem, vermoeidheid; verhoogd creatinefosfokinase in het bloed, verhoogde transaminasen, verhoogd gamma-glutamyltransferase.
Vaak (≥1/100 tot <1/10): plaveiselcelcarcinoom van de huid (waaronder keratoacanthoom), huidpapilloom; overgevoeligheid (waaronder angio-oedeem en urticaria); dysgeusie; uveïtis; linkerventrikeldisfunctie (waaronder verlaagde ejectiefractie en hartfalen); veneuze trombo-embolie (waaronder longembolie en diepe veneuze trombose); colitis; fotosensitiviteit, acneïforme dermatitis, palmoplantair erytrodysesthesiesyndroom, erytheem, panniculitis; nierfalen; verhoogd creatinine, alkalische fosfatase, amylase en lipase in het bloed.
Soms (≥1/1.000 tot <1/100): basaalcelcarcinoom, faciale parese, pancreatitis, rabdomyolyse.
Niet bekend: tumorlysissyndroom.
Met encorafenib 300 mg eenmaal daags vielen sommige reacties in een lagere frequentiecategorie dan met de combinatie met 450 mg: anemie, perifere neuropathie, hemorragie, hypertensie en pruritus (vaak in plaats van zeer vaak), en colitis, verhoogd amylase en verhoogd lipase (soms in plaats van vaak).
Reacties die actieve controle vereisen zijn linkerventrikeldisfunctie, hemorragie, oogaandoeningen (loslating van het retinale pigmentepitheel, retinale veneuze occlusie, uveïtis), verhoogd creatinefosfokinase en rabdomyolyse, hypertensie, veneuze trombo-embolie, pneumonitis of interstitiële longziekte, nieuwe huidkankers en andere kankers, tumorlysissyndroom en afwijkende leverfunctietests.
Geneesmiddelinteracties
Binimetinib wordt hoofdzakelijk door glucuronidering via UGT1A1 geklaard, dus het interactieprofiel is beperkt, maar sommige combinaties vragen om voorzichtigheid. Voor de interacties van encorafenib, dat altijd samen met binimetinib wordt gegeven, zie de SmPC van encorafenib.
- Inductoren en remmers van UGT1A1: effecten zijn waarschijnlijk niet klinisch relevant, maar zijn niet getest in een formele klinische studie. Inductoren (zoals rifampicine en fenobarbital) en remmers (zoals indinavir, atazanavir en sorafenib) moeten met voorzichtigheid gelijktijdig worden toegediend. Encorafenib is een relatief krachtige reversibele UGT1A1-remmer, maar er werd geen verschil in blootstelling aan binimetinib gezien wanneer de twee samen werden gegeven.
- Inductoren van CYP1A2 en P-glycoproteïne: inductoren van CYP1A2 (zoals carbamazepine en rifampicine) en van het P-glycoproteïnetransport (zoals sint-janskruid of fenytoïne) kunnen de blootstelling aan binimetinib en daarmee de werkzaamheid verlagen.
- CYP1A2-substraten: binimetinib is een mogelijke inductor van CYP1A2; wees voorzichtig met gevoelige substraten zoals duloxetine of theofylline.
- OAT3-substraten: binimetinib is een zwakke remmer van OAT3; wees voorzichtig met gevoelige substraten zoals pravastatine of ciprofloxacine.
- Anticoagulantia en bloedplaatjesaggregatieremmers: het risico op bloedingen kan verhoogd zijn.
- Zuurverlagende geneesmiddelen: een middel dat de pH van de maag verandert (rabeprazol) veranderde de blootstelling aan binimetinib niet.
- Voedsel: de tabletten kunnen met of zonder voedsel worden ingenomen.
Toediening en dosering
De behandeling met binimetinib in combinatie met encorafenib moet worden gestart en gecontroleerd door een arts met ervaring in het gebruik van geneesmiddelen tegen kanker. Vóór de behandeling moet de BRAF V600E-mutatie worden bevestigd met een voor dat doel bestemd in-vitrodiagnosticum met CE-markering of, als er geen hulpmiddel met CE-markering beschikbaar is, met een andere gevalideerde test. De combinatie mag niet worden gebruikt bij patiënten met melanoom met BRAF-wildtype of NSCLC met BRAF-wildtype. De tabletten worden heel doorgeslikt met water, met of zonder voedsel. Bij patiënten die niet kunnen slikken, kunnen de tabletten van 15 mg worden gedispergeerd in een klein glas (ongeveer 10 ml) water, sinaasappelsap of appelsap en direct worden ingenomen; het glas wordt daarna nagespoeld met ongeveer 10 ml van dezelfde vloeistof, die ook direct wordt opgedronken.
Aanbevolen dosis
- 45 mg tweemaal daags, met een tussenpoos van ongeveer 12 uur (telkens drie tabletten van 15 mg of één tablet van 45 mg; totale dagdosis 90 mg), samen met encorafenib, gedoseerd volgens de eigen SmPC.
- De behandeling wordt voortgezet tot de patiënt er geen baat meer bij heeft of onaanvaardbare toxiciteit optreedt.
Dosisaanpassingen bij bijwerkingen
- Verlaagde dosis: 30 mg tweemaal daags. Een verlaging tot onder 30 mg tweemaal daags wordt niet aanbevolen; als 30 mg tweemaal daags niet wordt verdragen, wordt de behandeling gestaakt.
- Opnieuw verhogen: terugkeren naar 45 mg tweemaal daags kan worden overwogen als de reactie die tot de verlaging leidde doeltreffend onder controle is. Het wordt niet aanbevolen als de verlaging was vanwege linkerventrikeldisfunctie of vanwege enige toxiciteit van graad 4.
- Met encorafenib: wanneer er toxiciteit optreedt met de combinatie, worden beide geneesmiddelen samen verlaagd, onderbroken of gestaakt. Uitzonderingen waarbij alleen encorafenib wordt aangepast zijn palmoplantair erytrodysesthesiesyndroom, uveïtis (waaronder iritis en iridocyclitis) en QTc-verlenging. Als binimetinib tijdelijk wordt onderbroken, wordt encorafenib gedurende die tijd verlaagd tot 300 mg eenmaal daags; als binimetinib definitief wordt gestaakt, wordt encorafenib gestaakt. Als encorafenib wordt onderbroken, wordt ook binimetinib onderbroken, en als encorafenib definitief wordt gestaakt, wordt binimetinib gestaakt.
De tabellen van de SmPC beschrijven de volgende maatregelen voor geselecteerde reacties (ingedeeld volgens NCI CTCAE).
- Huiduitslag: graad 2: dosis handhaven; als de uitslag verergert of binnen 2 weken niet verbetert, onderbreken tot graad 0 of 1 en hervatten met dezelfde dosis (eerste optreden) of een verlaagde dosis (terugkerende graad 2). Graad 3: onderbreken tot graad 0 of 1, daarna hervatten met dezelfde dosis (eerste optreden) of een verlaagde dosis (terugkerend). Graad 4: definitief staken.
- Loslating van het retinale pigmentepitheel (symptomatisch, graad 2 of 3): gedurende maximaal 2 weken onderbreken en de oogcontrole, inclusief gezichtsscherpte, herhalen. Bij verbetering tot graad 0 of 1 hervatten met dezelfde dosis; bij verbetering tot graad 2 hervatten met een lagere dosis; als er geen verbetering tot graad 2 is, definitief staken. Graad 4 met verminderde gezichtsscherpte, of retinale veneuze occlusie: definitief staken.
- Verlaagde linkerventrikelejectiefractie (LVEF): bij graad 2, of een asymptomatische absolute daling van meer dan 10% ten opzichte van de uitgangswaarde die onder de ondergrens van normaal ligt, de LVEF om de 2 weken evalueren en gedurende maximaal 4 weken onderbreken; hervatten met een verlaagde dosis als de LVEF weer op of boven de ondergrens van normaal is en de daling ten opzichte van de uitgangswaarde 10% of minder bedraagt, anders definitief staken. Daling van graad 3 of 4, of symptomatische linkerventrikeldisfunctie: definitief staken en de LVEF om de 2 weken evalueren tot herstel.
- Stijging van creatinefosfokinase (CK) of rabdomyolyse: graad 3 zonder symptomen (CK meer dan 5 tot 10 keer de bovengrens): dosis handhaven en voor goede hydratatie zorgen. Graad 4 zonder symptomen (meer dan 10 keer): onderbreken tot graad 0 of 1, met hydratatie. Graad 3 of 4 met spiersymptomen of nierfunctiestoornis: onderbreken tot graad 0 of 1; als het binnen 4 weken verdwijnt, hervatten met een verlaagde dosis, anders definitief staken.
- Veneuze trombo-embolie: ongecompliceerde diepe veneuze trombose of longembolie tot en met graad 3: onderbreken; hervatten met een verlaagde dosis als het verbetert tot graad 0 of 1, anders definitief staken. Longembolie van graad 4: definitief staken.
- Afwijkende leverfunctietests: graad 2 (AST of ALT meer dan 3 tot 5 keer de bovengrens): dosis handhaven; als er binnen 2 weken geen verbetering is, onderbreken tot graad 0 of 1 of de uitgangswaarde, daarna hervatten met dezelfde dosis. Eerste graad 3 (AST of ALT meer dan 5 keer de bovengrens met bilirubine meer dan 2 keer) of eerste graad 4 (AST of ALT meer dan 20 keer): gedurende maximaal 4 weken onderbreken en bij verbetering hervatten met een verlaagde dosis, anders definitief staken (bij graad 4 is definitief staken ook een optie). Terugkerende graad 3: definitief staken overwegen. Terugkerende graad 4: definitief staken.
- Interstitiële longziekte of pneumonitis: graad 2: gedurende maximaal 4 weken onderbreken en bij verbetering tot graad 0 of 1 hervatten met een verlaagde dosis, anders definitief staken. Graad 3 of 4: definitief staken.
- Andere reacties: terugkerende of onaanvaardbare graad 2, of een eerste graad 3: gedurende maximaal 4 weken onderbreken en bij verbetering tot graad 0 of 1 of de uitgangswaarde hervatten met een verlaagde dosis, anders definitief staken. Eerste graad 4: hetzelfde, of direct definitief staken. Terugkerende graad 3: definitief staken overwegen. Terugkerende graad 4: definitief staken.
Speciale populaties
- Ouderen: geen dosisaanpassing voor patiënten van 65 jaar en ouder.
- Leverfunctiestoornis: geen dosisaanpassing bij lichte stoornis (Child-Pugh-klasse A). Encorafenib wordt niet aanbevolen bij matige (Child-Pugh-klasse B) of ernstige (Child-Pugh-klasse C) leverfunctiestoornis, dus binimetinib wordt bij deze patiënten ook niet aanbevolen.
- Nierfunctiestoornis: er wordt geen dosisaanpassing aanbevolen.
- Kinderen en adolescenten: de veiligheid en werkzaamheid zijn niet vastgesteld; er zijn geen gegevens beschikbaar.
Gemiste of uitgebraakte dosis
- Een gemiste dosis mag niet worden ingenomen als het minder dan 6 uur is tot de volgende dosis.
- Als er na een dosis braken optreedt, wordt de dosis niet herhaald; de volgende geplande dosis wordt zoals gebruikelijk ingenomen.
Bijzondere voorzorgsmaatregelen
Gebruik met encorafenib
Binimetinib wordt alleen samen met encorafenib gegeven; de waarschuwingen voor encorafenib staan in de eigen SmPC daarvan. De gegevens zijn beperkt voor patiënten bij wie de ziekte is gevorderd onder een BRAF-remmer, bij wie de combinatie naar verwachting minder werkzaam is, en de werkzaamheidsgegevens zijn beperkt bij patiënten met hersenmetastasen.
Linkerventrikeldisfunctie
Symptomatische of asymptomatische dalingen van de ejectiefractie kunnen optreden. De LVEF moet worden beoordeeld met een echocardiogram of MUGA-scan vóór de start van binimetinib, 1 maand na de start en daarna ongeveer elke 3 maanden of vaker als klinisch geïndiceerd. De veiligheid is niet vastgesteld bij patiënten bij wie de LVEF bij aanvang lager is dan 50% of lager dan de institutionele ondergrens van normaal, dus binimetinib wordt bij hen met voorzichtigheid gebruikt. Bij elke symptomatische linkerventrikeldisfunctie, een LVEF-daling van graad 3 of 4 of een absolute daling van 10% of meer ten opzichte van de uitgangswaarde moet het worden gestaakt en moet de LVEF om de 2 weken worden geëvalueerd tot herstel.
Oogaandoeningen
Loslating van het retinale pigmentepitheel (RPED) en retinale veneuze occlusie (RVO) kunnen optreden, en uveïtis (waaronder iridocyclitis en iritis) is gemeld met de combinatie. Binimetinib wordt niet aanbevolen bij patiënten met een voorgeschiedenis van RVO. De veiligheid is niet vastgesteld bij patiënten met risicofactoren voor RVO, zoals ongecontroleerd glaucoom, verhoogde oogdruk, ongecontroleerde diabetes of een voorgeschiedenis van hyperviscositeits- of hypercoagulabiliteitssyndromen, dus het wordt bij hen met voorzichtigheid gebruikt. Patiënten worden bij elk bezoek gevraagd naar nieuwe of verergerende visuele stoornissen. Nieuwe of verergerende symptomen, waaronder verminderd centraal zicht, wazig zien of verlies van het gezichtsvermogen, vereisen een spoedig oogonderzoek. Symptomatische RPED wordt behandeld door onderbreking, dosisverlaging of staking, en binimetinib wordt definitief gestaakt bij RVO. Voor uveïtis, zie de SmPC van encorafenib.
Bloedingen
Hemorragieën, waaronder ernstige bloedingen, kunnen optreden. Het risico kan hoger zijn bij behandeling met anticoagulantia en bloedplaatjesaggregatieremmers. Bloedingen van graad 3 of hoger worden, naargelang klinisch geïndiceerd, behandeld door onderbreking, dosisverlaging of staking.
CK-verhoging en rabdomyolyse
Symptoomloze stijgingen van creatinefosfokinase worden gezien, en rabdomyolyse is soms gemeld. CK en creatinine moeten gedurende de eerste 6 maanden maandelijks worden gecontroleerd en daarna naar klinische indicatie, en patiënten moeten voldoende vocht blijven innemen. Bijzondere zorg is nodig bij patiënten met neuromusculaire aandoeningen die samenhangen met CK-verhoging en rabdomyolyse.
Hypertensie
Hypertensie, of verergering van bestaande hypertensie, kan optreden. De bloeddruk wordt bij aanvang gemeten en tijdens de behandeling gecontroleerd, en hypertensie wordt onder controle gebracht met standaardtherapie. Bij ernstige hypertensie wordt binimetinib tijdelijk onderbroken tot de bloeddruk onder controle is.
Veneuze trombo-embolie
Veneuze trombo-embolie, waaronder longembolie, kan optreden. Binimetinib wordt met voorzichtigheid gebruikt bij patiënten met een risico op, of een voorgeschiedenis van, veneuze trombo-embolie. Voorvallen worden behandeld door onderbreking, dosisverlaging of staking.
Pneumonitis en interstitiële longziekte
Binimetinib wordt onderbroken bij patiënten met vermoede pneumonitis of interstitiële longziekte, bijvoorbeeld bij nieuwe of progressieve hoest, kortademigheid, hypoxie, reticulaire verdichtingen of longinfiltraten. Het wordt definitief gestaakt als een aan de behandeling gerelateerde pneumonitis of interstitiële longziekte wordt vastgesteld.
Nieuwe primaire kankers
Nieuwe primaire kankers, van de huid en elders, zijn gezien met BRAF-remmers en kunnen optreden wanneer binimetinib met encorafenib wordt gegeven.
- Huidkankers: plaveiselcelcarcinoom van de huid, waaronder keratoacanthoom, is gezien. Een huidonderzoek door een dermatoloog wordt uitgevoerd vóór de start, om de 2 maanden tijdens de behandeling en tot 6 maanden na het stoppen. Verdachte laesies worden verwijderd en onderzocht, patiënten moeten elke nieuwe huidlaesie direct melden, en binimetinib en encorafenib worden voortgezet zonder dosiswijziging.
- Andere kankers: vanwege het werkingsmechanisme kan encorafenib kankers bevorderen die samenhangen met RAS-activering. Vóór de start, tijdens de behandeling en aan het einde, voor zover klinisch passend, ondergaan patiënten een onderzoek van hoofd en hals, een CT-scan van borstkas en buik, anale en bekkenonderzoeken (bij vrouwen) en volledige bloedbeelden. Definitieve staking van beide geneesmiddelen moet worden overwogen als een RAS-mutatiepositieve kanker ontstaat, en de voordelen en risico’s worden zorgvuldig afgewogen bij patiënten met een eerdere of gelijktijdige aan RAS gerelateerde kanker.
Tumorlysissyndroom
Tumorlysissyndroom, dat dodelijk kan zijn, is in verband gebracht met binimetinib gegeven met encorafenib. Risicofactoren zijn een hoge tumorlast, chronische nierinsufficiëntie, oligurie, uitdroging, hypotensie en zure urine. Deze patiënten worden nauwlettend gecontroleerd en snel behandeld, en preventieve hydratatie moet worden overwogen.
Afwijkende leverfunctietests en leverfunctiestoornis
Verhoogde AST en ALT kunnen optreden. De leverfunctietests worden gecontroleerd vóór de start en ten minste maandelijks gedurende de eerste 6 maanden, daarna naar klinische indicatie, en afwijkingen worden behandeld door onderbreking, dosisverlaging of staking. Binimetinib wordt hoofdzakelijk in de lever door glucuronidering geklaard en wordt niet aanbevolen bij matige of ernstige leverfunctiestoornis.
Zwangerschap, borstvoeding en vruchtbaarheid
- Anticonceptie: vrouwen die zwanger kunnen worden moeten tijdens de behandeling en gedurende ten minste 1 maand na de laatste dosis effectieve anticonceptie gebruiken.
- Zwangerschap: er zijn geen gegevens van zwangere vrouwen, en dierstudies hebben reproductietoxiciteit aangetoond. Binimetinib wordt niet aanbevolen tijdens de zwangerschap of bij vrouwen die zwanger kunnen worden en geen anticonceptie gebruiken. Een patiënte die tijdens de zwangerschap wordt behandeld, of zwanger wordt terwijl zij het gebruikt, moet worden geïnformeerd over het potentiële gevaar voor de foetus.
- Borstvoeding: het is niet bekend of binimetinib of zijn metaboliet in de moedermelk overgaat, en een risico voor het borstgevoede kind kan niet worden uitgesloten. Er wordt besloten of de borstvoeding of de behandeling met Mektovi wordt gestaakt, waarbij het voordeel van borstvoeding voor het kind wordt afgewogen tegen het voordeel van de behandeling voor de moeder.
- Vruchtbaarheid: er zijn geen gegevens bij mensen over het effect op de vruchtbaarheid.
Lactose
Mektovi-tabletten bevatten lactose (133,5 mg in elke tablet van 15 mg en 234,9 mg in elke tablet van 45 mg). Patiënten met zeldzame erfelijke galactose-intolerantie, totale lactasedeficiëntie of glucose-galactose-malabsorptie mogen ze niet gebruiken.
Effect op het rijden
Binimetinib heeft een geringe invloed op de rijvaardigheid en op het vermogen om machines te bedienen. Visuele stoornissen zijn gemeld, en patiënten mogen geen voertuigen besturen of machines bedienen als zij visuele stoornissen hebben of een andere reactie die hun vermogen daartoe kan beïnvloeden.
Bewaarcondities
Mektovi-tabletten vereisen geen speciale bewaarcondities. Ze worden geleverd in PVC/PVDC/aluminium blisters: de tabletten van 15 mg in verpakkingen van 84 of 168 tabletten (12 per blister) en de tabletten van 45 mg in verpakkingen van 28 of 56 tabletten (14 per blister). Mogelijk worden niet alle verpakkingsgrootten in de handel gebracht.
Houdbaarheid
3 jaar. Niet gebruiken na de uiterste gebruiksdatum op de verpakking.
Afleveringsvoorwaarden in de apotheek
Alleen op recept (Rx), op voorschrift van een arts met ervaring in het gebruik van geneesmiddelen tegen kanker, die de behandeling moet starten en controleren. Binimetinib wordt thuis ingenomen, dus het wordt op recept geleverd aan de patiënt of aan de behandelende kliniek. Het wordt alleen samen met encorafenib gebruikt, dus de twee geneesmiddelen worden als één behandeling voorgeschreven en ingenomen, en vóór de start van de behandeling moet een BRAF V600-mutatie zijn bevestigd met een gevalideerde test.
Verwante geneesmiddelen
Andere werkzame stoffen in hetzelfde therapeutisch gebied of dezelfde geneesmiddelenklasse.
Mirdametinib
MEK1/2-remmer (proteïnekinaseremmer)
Selumetinib
MEK1/2-remmer (proteïnekinaseremmer)
Abemaciclib
CDK4/6-remmer (proteïnekinaseremmer)
Abiraterone
CYP17-remmer (remmer van de androgeenbiosynthese)
Acalabrutinib
BTK-remmer (proteïnekinaseremmer)
Adagrasib
KRAS G12C-remmer
Belangrijke kennisgeving
De informatie op deze website is uitsluitend bedoeld voor algemene informatieve en educatieve doeleinden en vormt geen medisch advies, diagnose of behandelingsaanbeveling. Deze informatie is niet bedoeld ter vervanging van overleg met een gekwalificeerde zorgverlener. Vraag bij vragen over een medische aandoening of geneesmiddel altijd advies aan uw arts, apotheker of een andere gekwalificeerde zorgverlener. Negeer nooit professioneel medisch advies en stel het inwinnen ervan niet uit op grond van informatie op deze website. Productbeschikbaarheid, goedgekeurde indicaties en voorschrijfinformatie kunnen per land verschillen. Veel vermelde geneesmiddelen vereisen een geldig recept; waar een recept vereist is, moet dit geldig zijn in het land van bestemming en moeten de producten onder medisch toezicht worden gebruikt. Wij kopen, verzenden of vermelden geen gereguleerde stoffen onder de Oostenrijkse Wet op verdovende middelen (Suchtmittelgesetz, SMG) of gelijkwaardige internationale regelgeving.
Bekijk onze volledige Algemene voorwaarden en Medische disclaimer
Informatiebron
Deze productinformatie is gebaseerd op:
DrugBank — Binimetinib (DB11967); EMA SmPC — MektoviLaatst gecontroleerd:
Vragen over dit product?
Twee manieren om ons te bereiken — snel of uitgebreid.
Persoonlijke reactie binnen 48 uur
EU-vergunde activiteiten · wereldwijde inkoop
Geen automatische offertes
Weinig tijd?
Snelle aanvraag
Alleen uw naam en telefoonnummer — klaar in 30 seconden. Wij nemen contact op en regelen de rest.
Meteen een volledig antwoord?
Uitgebreide aanvraag
Geef het medicijn, het land en uw voorkeuren door — u krijgt één antwoord met beschikbaarheid, voorwaarden en leveropties.
Of bereik ons rechtstreeks: +43 660 5464386 · contact@pharmalogistic.eu